Amos de Herder
| Secondary Keywords | amos herder Hosea Maleachi minderjarig oud profeten |
|---|---|
| Schrift | Amos 51 Luister naar dit woord dat Ik aanhef over u, een klaaglied, huis van Israël. 2 Zij is gevallen, zij zal niet meer opstaan, de maagd Israël. Zij ligt verlaten op haar land, er is niemand die haar opricht. 3 Want zo zegt de HeereHEERE : De stad die optrekt met duizend, zal er honderd overhouden, en die optrekt met honderd, zal er tien overhouden voor het huis van Israël. 4 Want zo zegt deHEERE tegen het huis van Israël: Zoek Mij en leef! 5 Maar zoek niet in Bethel, in Gilgal moet u niet komen en u moet niet naar Berseba trekken, want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan en Bethel zal tot niets worden. 6 Zoek deHEERE en leef! Anders zal Hij het huis van Jozef als een vuur binnendringen, het verteren, en zal er voor Bethel niemand zijn om te blussen. 7 Wee hun die recht in alsem veranderen, die gerechtigheid ter aarde doen liggen. 8 Hij Die het Zevengesternte en de Orion gemaakt heeft, Die de schaduw van de dood verandert in morgenlicht, Die de dag duister maakt als de nacht, Die het water van de zee roept en over het aardoppervlak uitgiet: HEERE is Zijn Naam! 9 Die Zich verkwikt door de verwoesting over de sterken, ja, verwoesting komt over de vesting. 10 Zij haten wie in de poort opkomt voor het recht, zij hebben een afschuw van wie de waarheid spreekt. 11 Omdat u de arme vertrapt en van hem een heffing op koren neemt, daarom hebt u huizen van gehouwen steen kunnen bouwen, maar u zult er niet in wonen; begerenswaardige wijngaarden hebt u kunnen planten, maar u zult de wijn ervan niet drinken. 12 Want Ik weet dat uw overtredingen veel zijn, en uw zonden talrijk: u drijft de rechtvaardige in het nauw, u neemt zwijggeld aan, u duwt armen in de poort opzij. 13 Daarom zwijgt de verstandige in die tijd, want het is een kwade tijd. 14 Zoek het goede en niet het kwade, opdat u leeft! Dan zal deHEERE , de God van de legermachten, met u zijn, zoals u altijd zegt. 15 Haat het kwade en heb het goede lief, handhaaf het recht in de poort. Misschien zal deHEERE , de God van de legermachten, genadig zijn voor het overblijfsel van Jozef. 16 Daarom, zo zegt deHEERE , de God van de legermachten, de Heere: Op alle pleinen zal er rouwklacht zijn, op alle straten zullen ze zeggen: Ach! Ach! Akkerbouwers roept men op tot rouwbetoon, en de klaagzangers tot rouwklacht. 17 En in alle wijngaarden zal er rouwklacht zijn, want Ik zal door uw midden trekken, zegt deHEERE . 18 Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van deHEERE ! Wat zal voor u die dag van deHEERE zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht! 19 Het is zoals iemand die vlucht voor een leeuw, en een beer tegenkomt, of die, als hij thuiskomt en met zijn hand tegen de muur leunt, door een slang wordt gebeten. 20 Zal de dag van deHEERE niet duisternis zijn, en geen licht; donkerte – zonder lichtglans erover? 21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, 22 want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in. En het dankoffer van uw gemest vee: Ik wil het niet aanzien. 23 Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren! 24 Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek. 25 Hebt u Mij slachtoffers en graanoffers gebracht in de woestijn, veertig jaar lang, huis van Israël? 26 U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen, en Kewan, uw beelden, de sterren, uw goden, die u voor uzelf hebt gemaakt! 27 Daarom zal Ik u in ballingschap voeren, verder dan Damascus, zegt deHEERE ; God van de legermachten is Zijn Naam. |