Bartimaeus genezen
| Secondary Keywords | Bartimeüs genezen |
|---|---|
| Schrift | Lucas 18:35-43 Marcus 10:46-52 Matthew 20:29-34 |
Luke 1835 Het gebeurde nu toen Hij dicht bij Jericho kwam, dat een zekere blinde aan de weg zat te bedelen.36 En toen hij de menigte voorbij hoorde gaan, vroeg hij wat er aan de hand was.37 En zij vertelden hem dat Jezus de Nazarener voorbijging.38 En hij riep en zei: Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij!39 En zij die vooraan liepen, bestraften hem, opdat hij zou zwijgen. Hij echter riep des te meer: Zoon van David, ontferm U over mij!40 Jezus nu bleef staan en beval dat men hem naar Hem toe zou brengen en toen hij dichtbij gekomen was, vroeg Hij hem:41 Wat wilt u dat Ik voor u doen zal? En hij zei: Heere, dat ik ziende mag worden.42 En Jezus zei tegen hem: Word ziende. Uw geloof heeft u behouden.43 En onmiddellijk werd hij ziende, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En al het volk gaf God de eer, toen het dat zag. Mark 1046 En zij kwamen in Jericho. En toen Hij en Zijn discipelen en een grote menigte Jericho uitgingen, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs, de blinde, aan de weg te bedelen.47 En toen hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij!48 En velen bestraften hem opdat hij zwijgen zou; maar hij riep des te meer: Zoon van David, ontferm U over mij!49 En Jezus stond stil en zei dat men hem roepen moest. Toen riepen ze de blinde en zeiden tegen hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u.50 En hij wierp zijn bovenkleed af, stond op en kwam bij Jezus.51 En Jezus antwoordde hem en zei: Wat wilt u dat Ik voor u doen zal? En de blinde zei tegen Hem: Rabboni, dat ik ziende mag worden.52 En Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En meteen werd hij ziende en volgde Jezus op de weg. Matthew 2029 En toen zij Jericho uit gingen, volgde een grote menigte Hem.30 En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging: Heere, Zoon van David, ontferm U over ons!31 De menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Ontferm U over ons, Heere, Zoon van David!32 En Jezus stond stil, riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?33 Zij zeiden tegen Hem: Heere, dat onze ogen geopend worden.34 En Jezus, Die innerlijk met ontferming bewogen was, raakte hun ogen aan; en meteen werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem. | |








