1 Het gebeurde ten tijde van het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen ten strijde trekken, dat Joab de legermacht liet uitrukken. Hij richtte het land van de Ammonieten te gronde en kwam en belegerde Rabba. David bleef echter in Jeruzalem. En Joab versloeg Rabba en maakte het met de grond gelijk.
2 Kings 3
7 And he went and sent word to Jehoshaphat king of Judah, “The king of Moab has rebelled against me. Will you go with me to battle against Moab?” And he said, “I will go. I am as you are, my people as your people, my horses as your horses.”
Deuteronomy 2
24 Sta op, breek op en trek de beek Arnon over; zie, Ik heb u Sihon, de koning van Hesbon, de Amoriet, en zijn land in uw hand gegeven. Begin het in bezit te nemen en ga met hén de strijd aan.
Jeremiah 50
42 They lay hold of bow and spear; they are cruel and have no mercy. The sound of them is like the roaring of the sea; they ride on horses, arrayed as a man for battle against you, O daughter of Babylon!
Joel 2
5 As with the rumbling of chariots, they leap on the tops of the mountains, like the crackling of a flame of fire devouring the stubble, like a powerful army drawn up for battle.
Joshua 11
19 There was not a city that made peace with the people of Israel except the Hivites, the inhabitants of Gibeon. They took them all in battle.20 For it was the LORD's doing to harden their hearts that they should come against Israel in battle, in order that they should be devoted to destruction and should receive no mercy but be destroyed, just as the LORD commanded Moses.
Judges 20
39 en dat de mannen van Israël zich vervolgens om zouden keren in de strijd. Nu was Benjamin begonnen met slachtoffers te maken onder de mannen van Israël: ongeveer dertig man. Zij zeiden namelijk: Zij zijn ongetwijfeld geheel en al voor onze ogen verslagen, net als in de eerdere strijd.40 Toen begon de rookwolk op te stijgen uit de stad, een pilaar van rook. Toen Benjamin vervolgens achteromkeek, zie, de hele stad was opgegaan in vlammen die naar de hemel stegen.
Numbers 32
27 maar uw dienaren zullen de Jordaan oversteken, ieder die toegerust is voor het aangezicht van deHEERE voor de strijd, zoals mijn heer gesproken heeft.
Zechariah 10
3 Tegen de herders is Mijn toorn ontbrand, en de bokken straf Ik. Ja, deHEERE van de legermachten zal omzien naar Zijn kudde, het huis van Juda. Hij zal hen maken als Zijn prachtige paard in de strijd.