17 En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.
Colossians 3
23 En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen,
Luke 16
15 En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart. Want wat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God.
Mark 8
36 Want wat zal het een mens baten als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?
Matthew 6
24 Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.
Micah 6
8 Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt deHEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.
Proverbs 12
2 De goede verkrijgt de goedgunstigheid van deHEERE , maar een man vol listige plannen verklaart Hij schuldig.