5 Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het kwam meteen op, doordat het geen diepte van aarde had.6 En toen de zon opgegaan was, verschroeide het; en doordat het geen wortel had, verdorde het.7 Een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens kwamen op en verstikten het.8 En weer een ander deel viel in de goede aarde en gaf vrucht, het ene honderd-, het andere zestig-, en een ander dertigvoudig.9 Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.