10 En het gebeurde na die zeven dagen dat het water van de vloed over de aarde kwam.
Genesis 7
11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet.
Genesis 7
12 En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.
Genesis 7
17 En de vloed was veertig dagen op de aarde, en het water nam toe en hief de ark omhoog, zodat hij van de aarde oprees.
Genesis 7
18 En het water steeg en nam sterk toe op de aarde; en de ark dreef op het water.
Genesis 7
19 Het water steeg meer en meer op de aarde, zodat alle hoge bergen die onder heel de hemel zijn, bedekt werden.
Genesis 7
20 Nog vijftien el daarboven steeg het water, en de bergen werden bedekt.
Genesis 7
21 En alle vlees dat zich op de aarde bewoog, gaf de geest: de vogels, het vee, de wilde dieren en alle kruipende dieren, die over de aarde kropen, en alle mensen.
Genesis 7
23 Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, van mens tot dier, tot kruipende dieren en vogels in de lucht; verdelgd werden zij van de aarde. Alleen Noach bleef over, en wat met hem in de ark was.
Genesis 7
24 En het water had honderdvijftig dagen lang de overhand op de aarde.
Luke 17
26 En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen.
Luke 17
27 Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen.
Matthew 24
37 Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
Matthew 24
38 Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging,
Matthew 24
39 en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.