Moesa waarschuwt de mensen. Als jullie trouw gehoorzamen, zullen jullie mijn volk zijn. Hij nam ze mee naar de voet van de berg. Er was donder en bliksem. De mensen raakten de berg niet aan.
16 En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde.17 Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg.18 De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat deHEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig.19 Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem.20 Toen daalde deHEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. DeHEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven.21 DeHEERE zei tegen Mozes: Ga naar beneden, waarschuw het volk! Anders zullen zij doordringen tot deHEERE om Hem te zien en zullen velen van hen vallen.22 Ook de priesters, die tot deHEERE naderen, moeten zich heiligen; anders zal de toorn van deHEERE over hen losbarsten.23 Toen zei Mozes tegen deHEERE : Het volk kan de berg Sinaï niet beklimmen, want U hebt ons Zelf gewaarschuwd door te zeggen: Grens de berg af en heilig hem.24 DeHEERE zei tegen hem: Ga, daal af, en daarna moet u naar boven klimmen, u met Aäron bij u, maar laat de priesters en het volk niet doordringen om naar deHEERE op te klimmen, anders zal Zijn toorn over hen losbarsten.25 Toen daalde Mozes af naar het volk en hij zei dit tegen hen.