Jezus loopt op een pad. Hij draait zich gedeeltelijk om terwijl hij een discipel hoort rennen en Hem roepen. De discipel heeft zijn armen omhoog. Bomen en laagland op de achtergrond.
15 En toen één van hen zag dat hij genezen was, keerde hij terug, terwijl hij met luide stem God verheerlijkte.16 En hij wierp zich met het gezicht ter aarde voor Zijn voeten en dankte Hem. En dit was een Samaritaan.17 Toen antwoordde Jezus en zei: Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen?18 Zijn er dan geen anderen gevonden die terugkeren om God de eer te geven dan deze vreemdeling?19 En Hij zei tegen hem: Sta op en ga heen. Uw geloof heeft u behouden.20 En toen Hem door de Farizeeën gevraagd werd, wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun en zei: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze.21 En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.