20 So they watched him and sent spies, who pretended to be sincere, that they might catch him in something he said, so as to deliver him up to the authority and jurisdiction of the governor.21 So they asked him, “Teacher, we know that you speak and teach rightly, and show no partiality, but truly teach the way of God.22 Is it lawful for us to give tribute to Caesar, or not?”23 But he perceived their craftiness, and said to them,24 “Show me a denarius. Whose likeness and inscription does it have?” They said, “Caesar's.”25 He said to them, “Then render to Caesar the things that are Caesar's, and to God the things that are God's.”26 And they were not able in the presence of the people to catch him in what he said, but marveling at his answer they became silent.
Mark 12
13 En zij stuurden enigen van de Farizeeën en van de Herodianen naar Hem toe om Hem op een woord te vangen.14 Dezen nu kwamen en zeiden tegen Hem: Meester, wij weten dat U waarachtig bent en Zich door niemand laat beïnvloeden; want U ziet de persoon van de mensen niet aan, maar U onderwijst de weg van God in waarheid. Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? Moeten wij betalen of niet betalen?15 Daar Hij echter hun huichelarij kende, zei Hij tegen hen: Waarom verzoekt u Mij? Breng Mij een penning, opdat Ik hem bekijk.16 En zij brachten er een. En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift? En zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.17 Toen antwoordde Jezus hun: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is. En zij verwonderden zich over Hem.
Matthew 22
15 Toen gingen de Farizeeën weg en beraadslaagden hoe zij Hem op Zijn woorden konden vangen.16 En zij stuurden hun discipelen naar Hem toe, met de Herodianen, en zeiden: Meester, wij weten dat U waarachtig bent en de weg van God in waarheid onderwijst en Zich door niemand laat beïnvloeden, want U ziet de persoon van de mensen niet aan.17 Zeg ons dan: Wat denkt U? Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?18 Maar Jezus, die hun boosaardigheid kende, zei:19 Huichelaars, waarom verzoekt u Mij? Toon Mij de belastingmunt. En zij brachten Hem een penning.20 En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift?21 Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.22 En toen zij dit hoorden, verwonderden zij zich; en zij verlieten Hem en gingen weg.