De Triumphal ingang
| Trefwoorden | Jezus |
|---|---|
| Secondary Keywords | jeruzalem Pasen passie toegang triomfantelijke |
| Schrift | John 1212 Toen de volgende dag een grote menigte die naar het feest gekomen was, hoorde dat Jezus naar Jeruzalem kwam, 13 namen zij de takken van palmbomen en gingen de stad uit Hem tegemoet en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere, de Koning van Israël! 14 En toen Jezus een jonge ezel gevonden had, ging Hij daarop zitten, zoals geschreven is: 15 Wees niet bevreesd, dochter van Sion, zie, uw Koning komt, zittend op het veulen van een ezelin. 16 Dit nu begrepen Zijn discipelen eerst niet, maar toen Jezus verheerlijkt was, herinnerden zij zich dat dit over Hem geschreven was en dat zij dit met Hem gedaan hadden. 17 De menigte dan die bij Hem geweest was toen Hij Lazarus uit het graf geroepen en hem uit de doden opgewekt had, getuigde daarvan. 18 Daarom ging de menigte Hem ook tegemoet, omdat zij gehoord had dat Hij dat teken gedaan had. 19 De Farizeeën dan zeiden tegen elkaar: U ziet dat u totaal niets bereikt! Zie, de hele wereld loopt achter Hem aan. Luke 1928 And when he had said these things, he went on ahead, going up to Jerusalem. 29 When he drew near to Bethphage and Bethany, at the mount that is called Olivet, he sent two of the disciples, 30 saying, “Go into the village in front of you, where on entering you will find a colt tied, on which no one has ever yet sat. Untie it and bring it here. 31 If anyone asks you, ‘Why are you untying it?’ you shall say this: ‘The Lord has need of it.’” 32 So those who were sent went away and found it just as he had told them. 33 And as they were untying the colt, its owners said to them, “Why are you untying the colt?” 34 And they said, “The Lord has need of it.” 35 And they brought it to Jesus, and throwing their cloaks on the colt, they set Jesus on it. 36 And as he rode along, they spread their cloaks on the road. 37 As he was drawing near—already on the way down the Mount of Olives—the whole multitude of his disciples began to rejoice and praise God with a loud voice for all the mighty works that they had seen, 38 saying, “Blessed is the King who comes in the name of the Lord! Peace in heaven and glory in the highest!” 39 And some of the Pharisees in the crowd said to him, “Teacher, rebuke your disciples.” 40 He answered, “I tell you, if these were silent, the very stones would cry out.” 41 And when he drew near and saw the city, he wept over it, 42 saying, “Would that you, even you, had known on this day the things that make for peace! But now they are hidden from your eyes. 43 For the days will come upon you, when your enemies will set up a barricade around you and surround you and hem you in on every side 44 and tear you down to the ground, you and your children within you. And they will not leave one stone upon another in you, because you did not know the time of your visitation.” Mark 111 En toen zij Jeruzalem naderden, bij Bethfagé en Bethanië, dicht bij de Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit, 2 en zei tegen hen: Ga naar het dorp dat voor u ligt, en zodra u er binnenkomt, zult u een veulen vinden dat vastgebonden is, waarop geen mens gezeten heeft; maak het los en breng het hier. 3 En als iemand tegen u zegt: Waarom doet u dat? zeg dan: De Heere heeft het nodig; en hij zal het meteen hierheen sturen. 4 En zij vertrokken en vonden het veulen vastgebonden bij de deur, buiten aan de straat, en zij maakten het los. 5 En sommigen van hen die daar stonden, zeiden tegen hen: Wat doet u, dat u het veulen losmaakt? 6 Maar zij spraken tot hen zoals Jezus bevolen had; en men liet hen gaan. 7 En zij brachten het veulen bij Jezus en wierpen hun kleren erop; en Hij ging erop zitten. 8 Ook spreidden velen hun kleren op de weg uit en anderen hakten twijgen van de bomen en spreidden ze op de weg uit. 9 En zij die vooropliepen en zij die volgden, riepen: Hosanna! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! 10 Gezegend het Koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam van de Heere! Hosanna in de hoogste hemelen! 11 En Jezus kwam Jeruzalem binnen en ging de tempel in; en nadat Hij alles rondom bekeken had en toen het al avond was, ging Hij met de twaalf de stad uit naar Bethanië. |