Nieuw Jeruzalem aflopend
| Trefwoorden | Zion |
|---|---|
| Secondary Keywords | helder Jeruzalem kristal monteren stad |
| Schrift | Galatians 4:26 Hebrews 12:22 Isaiah 18:7 Isaiah 24:23 Isaiah 2:3 Isaiah 4:5 Isaiah 8:18 Joël 2:32 Micah 4:2 Micah 4:7 Obadiah 1:17 Obadiah 1:21 Psalms 125:1 Psalms 2:6 Psalms 48:2 Revelation 21:2 Revelation 21:9-27 Revelation 3:12 Zechariah 8:3 Galatians 426 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. Hebrews 1222 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, Isaiah 187 In die tijd zullen aan deHEERE van de legermachten geschenken worden gebracht door een volk, getrokken en geplukt, een volk, gevreesd van toen af en daarna, een volk van regel op regel en van vertrapping – rivieren beroven zijn land – naar de plaats van de Naam van deHEERE van de legermachten, de berg Sion. Isaiah 2423 De volle maan zal rood worden van schaamte, de gloeiende zon zal beschaamd worden, als deHEERE van de legermachten zal regeren op de berg Sion, en in Jeruzalem; en voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn. Isaiah 23 Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van deHEERE , naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van deHEERE uit Jeruzalem. Isaiah 45 dan zal deHEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en 's nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn. Isaiah 818 Zie, ik en de kinderen die deHEERE mij gegeven heeft, dienen tot tekenen en wonderen in Israël, afkomstig van deHEERE van de legermachten, Die op de berg Sion woont. Joel 232 Het zal geschieden dat ieder die de Naam van deHEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals deHEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die deHEERE roepen zal. Micah 42 Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van deHEERE , naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van deHEERE uit Jeruzalem. Micah 47 Ik zal wie mank gaat, stellen tot een overblijfsel en wie verdreven was tot een machtig volk, en deHEERE zal over hen Koning zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid. Obadiah 117 Maar op de berg Sion zal ontkoming zijn: die zal een heilige plaats zijn; zij die van het huis van Jakob zijn, zullen hun bezittingen weer in bezit nemen. Obadiah 121 Verlossers zullen de berg Sion opgaan om het bergland van Ezau te oordelen, en het koningschap zal van deHEERE zijn. Psalm 1251 Een pelgrimslied. Wie op deHEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft. Psalm 26 Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg. Psalm 482 DeHEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad van onze God, op Zijn heilige berg. Revelation 212 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. Revelation 219 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. 11 Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. 12 Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten. 13 Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen. 14 En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam. 15 En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur. 16 En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de meetlat op: twaalfduizend stadiën. Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk. 17 En hij mat haar muur op: honderdvierenveertig el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is. 18 En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas. 19 En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd, 20 het vijfde onyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beril, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacint, het twaalfde amethist. 21 En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas. 22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. 23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. 25 En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. 26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen. 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam. Revelation 312 Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam. Zechariah 83 Thus says the LORD: I have returned to Zion and will dwell in the midst of Jerusalem, and Jerusalem shall be called the faithful city, and the mountain of the LORD of hosts, the holy mountain. |