Wandelen in Eden
| Trefwoorden | Jezus mooi landschap tuin van eden wilde dieren zonsondergang |
|---|---|
| Secondary Keywords | bloemen dieren Eden vredig |
| Schrift | 2 Peter 3:13 Deuteronomy 5:33 Ezekiel 36:25 Genesis 1:24-28 Genesis 2:1-3 Genesis 2:15 Genesis 2:18-25 Genesis 2:8 Isaiah 11:6-10 Isaiah 51:3 Isaiah 55:12-13 Isaiah 65:17 Isaiah 65:25 Isaiah 66:22 Jeremiah 32:38-41 Jeremiah 33:8-11 Leviticus 26:12 Lucas 9:29 Mark 9:3 Matthew 17:2 Matthew 28:3 Matthew 5:5 Proverbs 8:30-31 Psalms 104:1-2 Psalms 16:11 Psalms 27:4 Psalms 37:22-23 Psalms 37:9-11 Revelation 21:3 Revelation 3:18 Revelation 3:5 Revelation 4:4 2 Peter 313 Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Deuteronomy 533 Heel de weg die deHEERE , uw God, u geboden heeft, moet u gaan, opdat u leeft, en het u goed gaat, en u uw dagen verlengt in het land dat u in bezit zult nemen. Ezekiel 3625 Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Genesis 124 And God said, “Let the earth bring forth living creatures according to their kinds—livestock and creeping things and beasts of the earth according to their kinds.” And it was so. 25 And God made the beasts of the earth according to their kinds and the livestock according to their kinds, and everything that creeps on the ground according to its kind. And God saw that it was good. 26 Then God said, “Let us make man in our image, after our likeness. And let them have dominion over the fish of the sea and over the birds of the heavens and over the livestock and over all the earth and over every creeping thing that creeps on the earth.” 27 So God created man in his own image, in the image of God he created him; male and female he created them. 28 And God blessed them. And God said to them, “Be fruitful and multiply and fill the earth and subdue it and have dominion over the fish of the sea and over the birds of the heavens and over every living thing that moves on the earth.” Genesis 21 Thus the heavens and the earth were finished, and all the host of them. 2 And on the seventh day God finished his work that he had done, and he rested on the seventh day from all his work that he had done. 3 So God blessed the seventh day and made it holy, because on it God rested from all his work that he had done in creation. Genesis 215 The LORD God took the man and put him in the garden of Eden to work it and keep it. Genesis 218 Then the LORD God said, “It is not good that the man should be alone; I will make him a helper fit for him.” 19 Now out of the ground the LORD God had formed every beast of the field and every bird of the heavens and brought them to the man to see what he would call them. And whatever the man called every living creature, that was its name. 20 The man gave names to all livestock and to the birds of the heavens and to every beast of the field. But for Adam there was not found a helper fit for him. 21 So the LORD God caused a deep sleep to fall upon the man, and while he slept took one of his ribs and closed up its place with flesh. 22 And the rib that the LORD God had taken from the man he made into a woman and brought her to the man. 23 Then the man said, “This at last is bone of my bones and flesh of my flesh; she shall be called Woman, because she was taken out of Man.” 24 Therefore a man shall leave his father and his mother and hold fast to his wife, and they shall become one flesh. 25 And the man and his wife were both naked and were not ashamed. Genesis 28 And the LORD God planted a garden in Eden, in the east, and there he put the man whom he had formed. Isaiah 116 Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. 7 Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. 8 Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. 9 Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van deHEERE , zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10 Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn. Isaiah 513 Want deHEERE zal Sion troosten, Hij zal al haar puinhopen troosten. Hij zal haar woestijn maken als Eden, haar wildernis als de hof van deHEERE . Vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en luid psalmgezang. Isaiah 5512 Want in blijdschap zult u uittrekken en met vrede voortgeleid worden. De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen. 13 Voor een doornstruik zal een cipres opkomen, voor een distel zal een mirt opkomen; en het zal deHEERE zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist. Isaiah 6517 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart. Isaiah 6525 Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden, een leeuw zal stro eten als een rund, een slang – zijn voedsel zal stof zijn. Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, zegt deHEERE . Isaiah 6622 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt deHEERE , zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan. Jeremiah 3238 Zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ík zal hun tot een God zijn. 39 Ik zal hun één hart en één weg geven om Mij te vrezen, alle dagen, hun ten goede, en hun kinderen na hen. 40 Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, zodat zij niet van Mij afwijken. 41 Ik zal Mij over hen verblijden en hun goeddoen. En Ik zal hen in getrouwheid in dit land planten, met heel Mijn hart en met heel Mijn ziel. Jeremiah 338 Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben. Ik zal al hun ongerechtigheden vergeven, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben, en waarmee zij tegen Mij in opstand zijn gekomen. 9 Het zal voor Mij worden tot een vreugdevolle naam, tot roem en tot luister bij alle heidenvolken van de aarde, die al het goede zullen horen dat Ik hun doe. Zij zullen beangst zijn en sidderen vanwege al het goede en vanwege al de vrede die Ik het verschaf. 10 Zo zegt deHEERE : In deze plaats, waarvan u zegt: Zij ligt verwoest, zodat er geen mens en geen dier meer is – in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, geen inwoner en geen dier meer in te vinden is, zal weer gehoord worden 11 de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, de stem van hen die zeggen: Loof deHEERE van de legermachten, want deHEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, en de stem van hen die in het huis van deHEERE een lofoffer brengen. Ik zal namelijk een omkeer brengen in de gevangenschap van het land, zodat het weer wordt als vroeger, zegt deHEERE . Leviticus 2612 Ik zal in uw midden wandelen. Ik zal u tot een God zijn en u zult Mij tot een volk zijn. Luke 929 En het gebeurde terwijl Hij bad, dat de aanblik van Zijn gezicht veranderd werd en Zijn kleding blinkend wit werd. Mark 93 En Zijn kleren werden blinkend, zeer wit, als sneeuw, zo wit als geen wolbewerker op aarde ze kan maken. Matthew 172 En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. Matthew 283 Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. Matthew 55 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Proverbs 830 was Ik bij Hem, Zijn Lievelingskind, Ik was dag aan dag Zijn bron van blijdschap, te allen tijde spelend voor Zijn aangezicht, 31 al spelend in de wereld van Zijn aardrijk. Mijn bron van blijdschap vond Ik bij de mensenkinderen. Psalm 1041 Loof deHEERE , mijn ziel. HEERE , mijn God, U bent zeer groot, U bent met majesteit en glorie bekleed. 2 Hij hult Zich in het licht als in een mantel, Hij spant de hemel uit als een tentkleed. Psalm 1611 U maakt mij het pad ten leven bekend; overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd. Psalm 274 Eén ding heb ik van deHEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van deHEERE , al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van deHEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. Psalm 3722 Want wie door Hem zijn gezegend, zullen de aarde bezitten; maar wie door Hem zijn vervloekt, worden uitgeroeid. 23 De voetstappen van die man worden door deHEERE vastgezet,qac memqac* Hij vindt vreugde in zijn weg. Psalm 379 Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden, maar wie deHEERE verwachten, die zullen de aarde bezitten. 10 Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn;qac wawqac* u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen. 11 Maar de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten en vreugde scheppen in grote vrede. Revelation 213 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. Revelation 318 Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien. Revelation 35 Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Revelation 44 En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd. |