1 Toen zongen Mozes en de Israëlieten dit lied voor deHEERE . Zij zeiden: Ik zal zingen voor deHEERE , want Hij is hoogverheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.2 DeHEERE is mijn kracht en lied, Hij is mij tot heil geweest. Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik; de God van mijn vader, Hem roem ik.3 DeHEERE is een Strijder, HEERE is Zijn Naam.