11 En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo.12 En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.
Isaiah 55
12 Want in blijdschap zult u uittrekken en met vrede voortgeleid worden. De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
Psalm 104
16 De bomen van deHEERE worden verzadigd, de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft.17 Daar nestelen de vogeltjes, de cipressen zijn het huis voor de ooievaar.