Christ redden Peter
| Secondary Keywords | Peter wandelingen wonderen |
|---|---|
| Schrift | John 615 Omdat Jezus nu wist dat zij zouden komen en Hem met geweld mee zouden nemen om Hem koning te maken, trok Hij Zich opnieuw terug op de berg, Hij Zelf alleen. 16 En toen het avond werd, daalden Zijn discipelen af naar de zee. 17 En toen zij in het schip gegaan waren, staken zij de zee over naar Kapernaüm. En het was al donker geworden en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. 18 En de zee werd onstuimig, want er waaide een harde wind. 19 En toen zij ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid hadden, zagen zij Jezus op de zee lopen en dicht bij het schip komen, en zij werden bevreesd. 20 Maar Hij zei tegen hen: Ik ben het, wees niet bevreesd. 21 Zij wilden Hem dan in het schip nemen, en meteen bereikte het schip het land waar zij naartoe voeren. Mark 645 En meteen dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en vooruit te varen naar de overkant, naar Bethsaïda, terwijl Hijzelf de menigte weg zou sturen. 46 En toen Hij afscheid van hen genomen had, ging Hij naar de berg om te bidden. 47 En toen het avond was geworden, was het schip midden op de zee en Hijzelf was alleen op het land. 48 En Hij zag dat zij veel moeite moesten doen om het schip vooruit te krijgen, want zij hadden de wind tegen; en omstreeks de vierde nachtwake kwam Hij, lopend op de zee, naar hen toe en wilde hun voorbijgaan. 49 En toen zij Hem zagen lopen op de zee, dachten zij dat het een spook was en schreeuwden luid, 50 want allen zagen Hem en raakten in verwarring; en meteen sprak Hij met hen en zei tegen hen: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. 51 En Hij klom bij hen in het schip en de wind ging liggen; en zij waren innerlijk volkomen buiten zichzelf en zij verwonderden zich, 52 want zij hadden bij het wonder van de broden niets begrepen, omdat hun hart verhard was. 53 En toen zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesaret en legden daar aan. 54 En toen zij uit het schip gegaan waren, herkende men Hem meteen. Matthew 1422 En meteen dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan en voor Hem uit te varen naar de overkant, terwijl Hij de menigte weg zou sturen. 23 En toen Hij de menigte weggestuurd had, klom Hij de berg op om er in afzondering te bidden. Toen het avond was geworden, was Hij daar alleen. 24 Het schip was al midden op de zee en verkeerde in nood door de golven, want ze hadden de wind tegen. 25 Maar in de vierde nachtwake kwam Jezus naar hen toe, lopend over de zee. 26 En toen de discipelen Hem over de zee zagen lopen, raakten zij in verwarring en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van angst. 27 Maar meteen sprak Jezus hen aan en zei: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. 28 Petrus antwoordde Hem en zei: Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar U toe te komen. 29 Hij zei: Kom! En Petrus klom uit het schip en liep op het water om bij Jezus te komen. 30 Maar toen hij op de sterke wind lette, werd hij bevreesd, en toen hij begon te zinken, riep hij: Heere, red mij! 31 Jezus stak meteen Zijn hand uit, greep hem vast en zei tegen hem: Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld? 32 En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. 33 Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God! |