David & Solomon
| Secondary Keywords | David koningen koninkrijk Plannen Samuel Solomon te vertellen tempel verenigd |
|---|---|
| Schrift | 1 Chronicles 221 Toen zei David: Dit hier is het huis van deHEERE God, en dit is het brandofferaltaar voor Israël. 2 Vervolgens zei David dat men de vreemdelingen moest verzamelen die in het land Israël waren, en hij stelde steenhouwers aan om gehouwen stenen uit te hakken om het huis van God te bouwen. 3 David maakte een grote hoeveelheid ijzer gereed voor de spijkers aan de poortdeuren en voor de verbindingsstukken, en een grote hoeveelheid koper, waar geen wegen aan was; 4 en ook ontelbaar veel cederhout, want de Sidoniërs en de Tyriërs brachten een grote hoeveelheid cederhout naar David. 5 David zei bij zichzelf: Mijn zoon Salomo is nog jong en onervaren; en het huis dat voor deHEERE gebouwd moet worden, moet men buitengewoon groot maken, zodat zijn naam en luister in alle landen bekend wordt. Ik zal daarom voor hem een voorraad gereedmaken. Zo maakte David vóór zijn dood een grote hoeveelheid voorraad gereed. 6 Toen riep hij zijn zoon Salomo en gebood hem voor deHEERE , de God van Israël, een huis te bouwen. 7 David zei tegen Salomo: Mijn zoon, ik zelf had het voornemen om voor de Naam van deHEERE , mijn God, een huis te bouwen, 8 maar het woord van deHEERE kwam tot mij: U hebt een grote hoeveelheid bloed vergoten en u hebt grote oorlogen gevoerd. U mag voor Mijn Naam geen huis bouwen, omdat u een grote hoeveelheid bloed op de aarde voor Mijn aangezicht vergoten hebt. 9 Zie, een zoon zal u geboren worden; díe zal een man van rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden van rondom. Ja, Salomo zal zijn naam zijn, want Ik zal in zijn dagen vrede en stilte over Israël geven. 10 Hij is het die voor Mijn Naam een huis zal bouwen, en hij is het die Mij tot een zoon zal zijn, en Ik hem tot een Vader. En Ik zal de troon van zijn koninkrijk tot in eeuwigheid over Israël bevestigen. 11 Nu dan, mijn zoon, moge deHEERE met je zijn, en je zult voorspoedig zijn, en het huis van deHEERE , je God, bouwen, zoals Hij over jou gesproken heeft. 12 Alleen, moge deHEERE je verstand en inzicht geven, als Hij je het bevel geeft over Israël, zodat je de wet van deHEERE , je God, in acht neemt. 13 Dan zul je voorspoedig zijn, als je de verordeningen en bepalingen nauwlettend in acht neemt, die deHEERE aan Mozes voor Israël geboden heeft. Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en wees niet ontsteld! 14 Zie, ik heb door al mijn verdrukking honderdduizend talent goud gereedgemaakt voor het huis van deHEERE , en een miljoen talent zilver; het koper en het ijzer is niet te wegen, want het is er in grote hoeveelheid. Ik heb ook hout en stenen gereedgemaakt; daar moet je nog meer aan toevoegen. 15 Bij jou is een grote hoeveelheid mensen die het werk kunnen uitvoeren: steenhouwers en ambachtslieden die steen en hout bewerken, en allerlei wijze mannen om allerlei werk te doen. 16 Het goud, het zilver, het koper en het ijzer is ontelbaar. Daarom, sta op en doe het, en deHEERE zal met je zijn. 17 Ook gebood David alle leiders van Israël, om zijn zoon Salomo te helpen. 18 Hij zei: Is niet deHEERE , uw God, met u, en heeft Hij u geen rust gegeven van rondom? Want Hij heeft de inwoners van het land in mijn hand gegeven, en dit land is onderworpen voor het aangezicht van deHEERE , en voor Zijn volk. 19 Nu dan, richt uw hart en uw ziel erop om deHEERE , uw God, te zoeken. Sta op en bouw het heiligdom van deHEERE God, zodat men de ark van het verbond van deHEERE en de heilige voorwerpen van God in dit huis kan brengen, dat voor de Naam van deHEERE gebouwd zal worden. 1 Chronicles 281 Toen riep David alle leiders van Israël in Jeruzalem bijeen: de leiders van de stammen, de bevelhebbers van de legerafdelingen, die de koning dienden, de leiders over duizend, de leiders over honderd, de opzichters van alle bezittingen en van het vee van de koning en zijn zonen, met de hovelingen en de helden, en iedere strijdbare held. 2 Toen stond koning David op en zei: Luister naar mij, mijn broeders, en mijn volk! Het leefde in mijn hart om een huis van rust voor de ark van het verbond van deHEERE te bouwen, en voor de voetbank van de voeten van onze God. Ik heb alles voorbereid voor de bouw. 3 God heeft echter tegen mij gezegd: U mag voor Mijn Naam geen huis bouwen, want u bent een man van oorlogen, en u hebt veel bloed vergoten. 4 DeHEERE , de God van Israël, heeft uit heel mijn familie mij uitgekozen om voor eeuwig over Israël koning te worden, want Hij heeft Juda tot een vorst uitgekozen, en in het huis van Juda mijn familie. Onder de zonen van mijn vader heeft Hij een welgevallen aan mij gehad om mij koning te maken over heel Israël. 5 En uit al mijn zonen (want deHEERE heeft mij veel zonen gegeven) heeft Hij mijn zoon Salomo uitgekozen om te zitten op de troon van het koningschap van deHEERE over Israël. 6 Hij zei tegen mij: Uw zoon Salomo, hij is het die Mijn huis en Mijn voorhoven zal bouwen. Ja, Ik heb hem voor Mijzelf uitgekozen tot een zoon, en Ik zal hem tot een Vader zijn. 7 En Ik zal zijn koningschap bevestigen tot in eeuwigheid, als hij sterk zal zijn om Mijn geboden en Mijn bepalingen te doen, zoals op deze dag. 8 Nu dan, voor de ogen van heel Israël, de gemeente van deHEERE , en voor de oren van onze God, neem alle geboden van deHEERE , uw God, in acht en vraag ernaar, zodat u dit goede land in bezit neemt, en u het uw kinderen na u tot in eeuwigheid in erfelijk bezit laat nemen. 9 En jij, mijn zoon Salomo, ken de God van je vader, en dien Hem met een volkomen hart en met een bereidwillige ziel, want deHEERE doorzoekt alle harten, en Hij heeft inzicht in alle gedachtevorming. Als je Hem zoekt, zal Hij door jou gevonden worden, maar als je Hem verlaat, zal Hij je voor eeuwig verstoten. 10 Zie nu, want deHEERE heeft jou uitgekozen om een huis als heiligdom te bouwen; wees sterk en doe het. 11 Toen gaf David zijn zoon Salomo een ontwerp van de voorhal en zijn gebouwen, zijn schatkamers, zijn bovenvertrekken, zijn binnenste kamers, en van het vertrek voor het verzoendeksel; 12 en een ontwerp van alles wat hem door de Geest voor ogen stond: voor de voorhoven van het huis van deHEERE , en voor alle kamers rondom; voor de schatkamers van het huis van God, en voor de schatkamers van de geheiligde gaven; 13 voor de afdelingen van de priesters en de Levieten, voor al het werk voor de dienst van het huis van deHEERE en voor alle voorwerpen voor de dienst van het huis van deHEERE . 14 Hij gaf goud volgens het benodigde gewicht aan goud voor alle voorwerpen voor elke dienst. Hij gaf zilver volgens het benodigde gewicht voor alle zilveren voorwerpen, voor alle voorwerpen voor elke dienst; 15 het gewicht voor de gouden kandelaars en hun gouden lampen, volgens het benodigde gewicht van elke kandelaar en de daarbij horende lampen; ook voor de zilveren kandelaars, volgens het benodigde gewicht van elke kandelaar en zijn lampen, overeenkomstig de dienst van elke kandelaar. 16 Ook gaf hij het benodigde gewicht aan goud voor de tafels van het uitgestalde brood, voor elke tafel, en zilver voor de zilveren tafels; 17 zuiver goud voor de vorken, de sprengbekkens, en de kannen; voor de gouden bekers, het benodigde gewicht voor elke beker; voor de zilveren bekers, het benodigde gewicht voor elke beker; 18 het benodigde gewicht van gezuiverd goud voor het reukofferaltaar en goud voor het ontwerp van de wagen: de cherubs, die hun vleugels uitspreidden terwijl zij de ark van het verbond van deHEERE bedekten. 19 Dit alles is mij, zei David, in een geschrift te verstaan gegeven door de hand van deHEERE : alle werken van dit ontwerp. 20 Vervolgens zei David tegen zijn zoon Salomo: Wees sterk en moedig, en doe het; wees niet bevreesd en wees niet ontsteld, want deHEERE God, mijn God, zal met je zijn. Hij zal je niet loslaten en Hij zal je niet verlaten, totdat je heel het werk voor de dienst van het huis van deHEERE zult voltooid hebben. 21 En zie, hier zijn de afdelingen van de priesters en Levieten, voor alle dienstwerk in het huis van God. Ook zijn er voor het hele werk allerlei vrijwilligers bij je, met wijsheid voor elk werk; ook de leiders en heel het volk zijn bereid om alles te doen wat je zegt. |