Terwijl Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes terugkwamen van de berg, zagen ze een menigte met een bezeten kind in hun midden. De discipel had de demon bevolen naar buiten te komen, maar dat deed hij niet.
37 Het gebeurde de volgende dag, toen zij van de berg afdaalden, dat een grote menigte Hem tegemoet kwam.38 En zie, een man uit de menigte riep: Meester, ik bid U, kijk toch naar mijn zoon, want hij is mijn enig kind.39 En zie, een geest grijpt hem en meteen schreeuwt hij; en hij doet hem zo stuiptrekken dat hij schuim op zijn mond krijgt; hij gaat nauwelijks bij hem vandaan en mishandelt hem.40 En ik heb Uw discipelen gevraagd hem uit te drijven, maar zij konden het niet.41 Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier.42 Terwijl hij naar Hem toe ging, wierp de demon hem tegen de grond en deed hem stuiptrekken. Maar Jezus bestrafte de onreine geest, genas het kind en gaf het aan zijn vader terug.43 Zij allen stonden versteld van de grootheid van God. Toen zij zich allen verwonderden over alle dingen die Hij deed, zei Jezus tegen Zijn discipelen:
Matthew 17
16 En ik heb hem bij Uw discipelen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.17 Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn, hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem hier bij Mij.18 En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit; en het kind was vanaf dat moment genezen.