1 En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht om Hem te gaan zalven.2 En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging.3 En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen?