1 En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: Zo waar deHEERE , de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!2 Daarna kwam het woord van deHEERE tot hem:3 Ga weg vanhier, keer u naar het oosten en verberg u bij de beek Krith, die aan de overzijde van de Jordaan stroomt.4 En het zal gebeuren dat u uit de beek zult drinken. Verder heb Ik de raven geboden om u daar te onderhouden.