32 Hij bouwde met die stenen het altaar in de Naam van deHEERE . Vervolgens maakte hij een geul rondom het altaar, met een omvang van twee maten zaad.33 Hij schikte het hout, verdeelde de jonge stier in stukken en legde die op het hout.34 Toen zei hij: Vul vier kruiken met water en giet het uit over het brandoffer en over het hout. En hij zei: Doe dat voor de tweede maal, en zij deden het voor de tweede maal. Verder zei hij: Doe het voor de derde maal, en zij deden het voor de derde maal.35 Het water liep rondom het altaar, en ook vulde hij de geul met water.