13 En zie, een profeet trad toe op Achab, de koning van Israël, en zei: Zo zegt deHEERE : Hebt u heel deze grote troepenmacht gezien? Zie, Ik ga ze vandaag nog in uw hand geven, zodat u weet dat Ik deHEERE ben.
1 Kings 20
22 Toen trad diezelfde profeet op de koning van Israël toe en zei tegen hem: Ga, vat moed, weet en zie wat u moet doen, want bij het aanbreken van het nieuwe jaar, zal de koning van Syrië opnieuw tegen u optrekken.
2 Chronicles 25
16 Het gebeurde echter toen deze tot hem sprak, dat hij tegen hem zei: Heeft men u tot raadgever van de koning aangesteld? Houdt u daarmee op! Waarom zou men u doden? Toen hield de profeet op, en zei: Ik merk dat God besloten heeft u te gronde te richten, omdat u dit gedaan hebt en niet naar mijn raad hebt geluisterd.
2 Kings 20
14 Then Isaiah the prophet came to King Hezekiah, and said to him, “What did these men say? And from where did they come to you?” And Hezekiah said, “They have come from a far country, from Babylon.”
2 Kings 6
12 And one of his servants said, “None, my lord, O king; but Elisha, the prophet who is in Israel, tells the king of Israel the words that you speak in your bedroom.”
Isaiah 39
3 Then Isaiah the prophet came to King Hezekiah, and said to him, “What did these men say? And from where did they come to you?” Hezekiah said, “They have come to me from a far country, from Babylon.”
Jeremiah 34
6 Then Jeremiah the prophet spoke all these words to Zedekiah king of Judah, in Jerusalem,