Gods engel heeft voedsel voor Elijah. Elijah ligt op de grond onder een deken. Een klein vuurtje in de rotsen is vlakbij. Het brood kookt op een stenen plaat.
5 Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet.6 Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen.7 De engel van deHEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn.8 Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.9 Hij ging daar een grot in en overnachtte er. En zie, het woord van deHEERE kwam tot hem, en Hij zei tegen hem: Wat doet u hier, Elia?