5 Abraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Izak hem geboren werd.6 Sara zei: God heeft mij doen lachen; ieder die het hoort, zal met mij meelachen.7 Verder zei zij: Wie zou Abraham hebben durven zeggen: Sara heeft zonen de borst gegeven? Voorzeker, ik heb een zoon gebaard in zijn ouderdom.