20 En Noach bouwde een altaar voor deHEERE ; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.21 En deHEERE rook die aangename geur, en deHEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb.