Galileïsche zonsondergang
| Secondary Keywords | avond heilige land Israël licht meer Meer van Galilea oever van het meer vrede vredig zonsondergang |
|---|---|
| Schrift | John 61 After this Jesus went away to the other side of the Sea of Galilee, which is the Sea of Tiberias. 2 And a large crowd was following him, because they saw the signs that he was doing on the sick. 3 Jesus went up on the mountain, and there he sat down with his disciples. 4 Now the Passover, the feast of the Jews, was at hand. 5 Lifting up his eyes, then, and seeing that a large crowd was coming toward him, Jesus said to Philip, “Where are we to buy bread, so that these people may eat?” 6 He said this to test him, for he himself knew what he would do. 7 Philip answered him, “Two hundred denarii would not buy enough bread for each of them to get a little.” 8 One of his disciples, Andrew, Simon Peter's brother, said to him, 9 “There is a boy here who has five barley loaves and two fish, but what are they for so many?” 10 Jesus said, “Have the people sit down.” Now there was much grass in the place. So the men sat down, about five thousand in number. 11 Jesus then took the loaves, and when he had given thanks, he distributed them to those who were seated. So also the fish, as much as they wanted. 12 And when they had eaten their fill, he told his disciples, “Gather up the leftover fragments, that nothing may be lost.” 13 So they gathered them up and filled twelve baskets with fragments from the five barley loaves left by those who had eaten. 14 When the people saw the sign that he had done, they said, “This is indeed the Prophet who is to come into the world!” 15 Perceiving then that they were about to come and take him by force to make him king, Jesus withdrew again to the mountain by himself. Luke 911 Toen de menigte dat merkte, volgden zij Hem. Hij ontving hen en sprak tot hen over het Koninkrijk van God; en hen die genezing nodig hadden, maakte Hij gezond. 12 De dag begon te dalen. De twaalf kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Stuur de menigte weg, opdat zij naar de omliggende dorpen en gehuchten gaan om onderdak en voedsel te vinden, want wij zijn hier op een eenzame plaats. 13 Maar Hij zei tegen hen: Geeft u hun te eten. Zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of wij zouden voor al dit volk voedsel moeten gaan kopen. 14 Er waren namelijk ongeveer vijfduizend mannen. Maar Hij zei tegen Zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen, elk van vijftig. 15 En zij deden dat en lieten allen plaatsnemen. 16 En nadat Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, en Hij zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om aan de menigte voor te zetten. 17 En zij aten en werden allen verzadigd. Wat zij overhadden van de stukken brood, werd opgeraapt: twaalf manden. Mark 631 En Hij zei tegen hen: Komt u zelf mee naar een eenzame plaats, alleen, en rust wat uit; want er waren er velen die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegenheid om te eten. 32 En zij vertrokken in een schip naar een eenzame plaats, alleen. 33 En de menigten zagen hen weggaan, en velen herkenden Hem en gingen uit alle steden gezamenlijk te voet daarnaartoe; en zij kwamen er vóór hen aan en gingen samen naar Hem toe. 34 En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen. 35 En toen het al laat geworden was, kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden: Deze plaats is eenzaam en het is al laat; 36 stuur hen weg, opdat zij naar de omliggende gehuchten en dorpen kunnen gaan en broden voor zichzelf kopen, want zij hebben niets te eten. 37 Maar Hij antwoordde hun en zei: Geeft u hun te eten. En zij zeiden tegen Hem: Moeten wij voor tweehonderd penningen brood gaan kopen en hun te eten geven? 38 En Hij zei tegen hen: Hoeveel broden hebt u? Ga eens kijken. En toen zij het te weten gekomen waren, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. 39 En Hij droeg hun op om allen in groepen te laten gaan zitten in het groene gras. 40 En zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig. 41 En toen Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, zegende en brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij die aan hen zouden voorzetten, en de twee vissen verdeelde Hij onder allen. 42 En zij aten allen en werden verzadigd. 43 En zij raapten twaalf manden vol met stukken brood op, en wat over was van de vissen. 44 En die de broden gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen. 45 En meteen dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en vooruit te varen naar de overkant, naar Bethsaïda, terwijl Hijzelf de menigte weg zou sturen. 46 En toen Hij afscheid van hen genomen had, ging Hij naar de berg om te bidden. |