Nederlands
  •  Afrikaans
  •  Bahasa Indonesia
  •  Bahasa Melayu
  •  Česky
  •  Deutsch
  •  English
  •  Español
  •  Français
  •  Italiano
  •  Magyar
  •  Polski
  •  Português
  •  Română
  •  Shqip
  •  Tagalog
  •  Tiếng Việt
  •  Türkçe
  •  Ελληνικά
  •  Български
  •  русский
  •  Српски / Srpski
  •  Українська
  •  עברית
  •  العربية
  •  فارسی
  •  हिन्दी
  •  ไทย
  •  中文
  •  日本語
  •  粵語
  •  한국어
Valuta EUR
  • BRL - Braziliaanse real
  • USD - Amerikaanse dollar
  • CAD - Canadese dollar
  • MXN - Mexicaanse peso
  • RUB - Russische roebel
  • RON - Roemeense leu
  • PLN - Poolse zloty
  • SGD - Singaporese dollar
  • CHF - Zwitserse frank
  • TRY - Turkse lira
  • UAH - Oekraïense hryvnia
  • GBP - Brits pond
  • JPY - Japanse yen
  • AUD - Australische dollar
  • BGN - Bulgaarse lev
  • CZK - Tsjechische kroon
  • DKK - Deense kroon
  • HKD - Hongkongse dollar
  • IDR - Indonesische roepia
  • HUF - Hongaarse forint
  • KRW - Zuid-Koreaanse won
  • MYR - Maleisische ringgit
  • VND - Vietnamese dong
  • CNY - Chinese yuan
  • ARS - Argentijnse peso
  • ZAR - Zuid-Afrikaanse rand
  • ALL - Albanese lek
  • PHP - Filipijnse peso
  • RSD - Servische dinar
  • ILS - Israëlische nieuwe shekel
  • EGP - Egyptisch pond
  • SAR - Saoedi-Arabische riyal
  • AED - Verenigde Arabische Emiraten-dirham
  • IRR - Iraanse rial
  • AFN - Afghaanse afghani
  • IQD - Iraakse dinar
  • INR - Indiase roepie
  • PKR - Pakistaanse roepie
  • THB - Thaise baht
GoodSalt™
Zoek op
Account
Winkelwagen
  • Account
  • Lightbox
  • Inloggen
  • Sign Up
GoodSalt™
De wereldleider in religieuze beelden.
Valuta EUR
  • BRL - Braziliaanse real
  • USD - Amerikaanse dollar
  • CAD - Canadese dollar
  • MXN - Mexicaanse peso
  • RUB - Russische roebel
  • RON - Roemeense leu
  • PLN - Poolse zloty
  • SGD - Singaporese dollar
  • CHF - Zwitserse frank
  • TRY - Turkse lira
  • UAH - Oekraïense hryvnia
  • GBP - Brits pond
  • JPY - Japanse yen
  • AUD - Australische dollar
  • BGN - Bulgaarse lev
  • CZK - Tsjechische kroon
  • DKK - Deense kroon
  • HKD - Hongkongse dollar
  • IDR - Indonesische roepia
  • HUF - Hongaarse forint
  • KRW - Zuid-Koreaanse won
  • MYR - Maleisische ringgit
  • VND - Vietnamese dong
  • CNY - Chinese yuan
  • ARS - Argentijnse peso
  • ZAR - Zuid-Afrikaanse rand
  • ALL - Albanese lek
  • PHP - Filipijnse peso
  • RSD - Servische dinar
  • ILS - Israëlische nieuwe shekel
  • EGP - Egyptisch pond
  • SAR - Saoedi-Arabische riyal
  • AED - Verenigde Arabische Emiraten-dirham
  • IRR - Iraanse rial
  • AFN - Afghaanse afghani
  • IQD - Iraakse dinar
  • INR - Indiase roepie
  • PKR - Pakistaanse roepie
  • THB - Thaise baht
  Nederlands
  •  Afrikaans
  •  Bahasa Indonesia
  •  Bahasa Melayu
  •  Česky
  •  Deutsch
  •  English
  •  Español
  •  Français
  •  Italiano
  •  Magyar
  •  Polski
  •  Português
  •  Română
  •  Shqip
  •  Tagalog
  •  Tiếng Việt
  •  Türkçe
  •  Ελληνικά
  •  Български
  •  русский
  •  Српски / Srpski
  •  Українська
  •  עברית
  •  العربية
  •  فارسی
  •  हिन्दी
  •  ไทย
  •  中文
  •  日本語
  •  粵語
  •  한국어
Zoek op
Advanced Options ▼
Ga naar het einde van de afbeeldingen-gallerij
De zonde van hekserij
Ga naar het begin van de afbeeldingen-gallerij

De zonde van hekserij

Product
Afbeelding ID
prcas6237
Kunstenaar
Providence Collection
Afbeelding Details
Meer informatie
Secondary Keywords     hekserij   koningen   koninkrijk   oud   verdeeld   zonde  
Schrift
1 Samuel 28   2 Chronicles 33   2 Kings 21   Deuteronomy 18   Isaiah 3   Leviticus 19  

1 Samuel 28

1 Het gebeurde in die dagen dat de Filistijnen hun legers als strijdmacht bijeenbrachten om tegen Israël te strijden. Toen zei Achis tegen David: Weet wel dat u met mij in het leger moet uittrekken, u en uw mannen. 2 En David zei tegen Achis: Zo zult u te weten komen wat uw dienaar kan doen. En Achis zei tegen David: Dan zal ik u als mijn lijfwacht aanstellen, alle dagen. 3 Samuel nu was gestorven en heel Israël had rouw over hem bedreven. Zij hadden hem begraven in Rama, dat is in zijn stad. En Saul had de dodenbezweerders en de waarzeggers uit het land weggedaan. 4 De Filistijnen kwamen bijeen. Zij kwamen en sloegen hun kamp op bij Sunem; Saul bracht heel Israël bijeen, en zij sloegen hun kamp op op de Gilboa. 5 Toen Saul het leger van de Filistijnen zag, was hij bevreesd en zijn hart beefde zeer. 6 En Saul raadpleegde deHEERE , maar deHEERE antwoordde hem niet; niet door dromen, niet door de urim, en ook niet door de profeten. 7 Toen zei Saul tegen zijn dienaren: Zoek een vrouw voor mij die geesten van doden kan bezweren, zodat ik naar haar toe kan gaan en door haar raad kan vragen. Zijn dienaren zeiden tegen hem: Zie, er is in Endor een vrouw die geesten van doden bezweert. 8 Saul vermomde zich, trok andere kleren aan en ging op weg, en twee mannen met hem. Zij kwamen 's nachts bij de vrouw aan en hij zei: Voorzeg mij toch door de geest van een dode; roep voor mij op wie ik u zal zeggen. 9 Toen zei de vrouw tegen hem: Zie, u weet wat Saul gedaan heeft, dat hij de dodenbezweerders en de waarzeggers uit dit land heeft uitgeroeid. Waarom spant u dan een valstrik voor mijn leven, om mij te doden? 10 Saul zwoer haar bij deHEERE en zei: Zo waar deHEERE leeft, u zal om deze zaak geen straf overkomen. 11 Toen zei de vrouw: Wie zal ik voor u oproepen? En hij zei: Roep Samuel voor mij op. 12 Toen de vrouw Samuel zag, schreeuwde zij met luide stem. De vrouw zei tegen Saul: Waarom hebt u mij bedrogen? Want u bent Saul! 13 De koning zei tegen haar: Wees niet bevreesd, maar wat ziet u? Toen zei de vrouw tegen Saul: Ik zie een goddelijk wezen uit de aarde opkomen. 14 Hij zei tegen haar: Wat is zijn gestalte? Zij zei: Er komt een oude man op, en hij heeft een mantel om. Toen wist Saul dat het Samuel was. Hij knielde met zijn gezicht ter aarde en hij boog zich neer. 15 Samuel zei tegen Saul: Waarom hebt u mijn rust verstoord door mij op te roepen? Toen zei Saul: Ik ben in grote nood, want de Filistijnen strijden tegen mij en God is van mij weggegaan: Hij antwoordt mij niet meer, niet door de dienst van de profeten, en ook niet door dromen. Daarom heb ik u geroepen, om mij te laten weten wat ik doen moet. 16 Toen zei Samuel: Waarom raadpleegt u míj dan, als deHEERE van u weggegaan is en uw vijand geworden is? 17 Want deHEERE heeft gedaan zoals Hij door mijn dienst gesproken heeft: Hij heeft het koninkrijk van uw hand gescheurd en dat aan uw naaste gegeven, aan David. 18 Omdat u niet naar de stem van deHEERE geluisterd hebt, en Zijn brandende toorn niet uitgevoerd hebt tegen Amalek, daarom heeft deHEERE u dit heden aangedaan. 19 En deHEERE zal mét u ook Israël in handen van de Filistijnen geven, en morgen zullen u en uw zonen bij mij zijn; ook zal deHEERE het leger van Israël in handen van de Filistijnen geven. 20 Toen viel Saul onmiddellijk op de grond, zo lang als hij was, en hij was zeer bevreesd vanwege de woorden van Samuel. Ook was er geen kracht in hem, omdat hij de hele dag en de hele nacht geen voedsel tot zich genomen had. 21 Daarop kwam de vrouw naar Saul toe en zag dat hij erg geschrokken was. Zij zei tegen hem: Zie, uw dienares heeft naar uw stem geluisterd, en ik heb mijn leven in eigen hand genomen. Ik heb naar uw woorden geluisterd, die u tot mij gesproken hebt; 22 luister daarom nu ook naar de stem van uw dienares. Laat mij u een stuk brood voorzetten, en eet; dan zal er kracht in u zijn, als u op weg gaat. 23 Maar hij weigerde het en zei: Ik zal niet eten. Zijn dienaren en ook de vrouw hielden echter bij hem aan. Toen luisterde hij naar hun stem; hij stond op van de grond en ging op het bed zitten. 24 De vrouw had een mestkalf in huis; zij haastte zich en slachtte het. Zij nam meel, kneedde het en bakte daar ongezuurde broden van. 25 Zij bracht ze bij Saul en zijn dienaren en zij aten. Daarna stonden zij op en gingen weg in die nacht.

2 Chronicles 33

1 Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. 2 Hij deed wat slecht was in de ogen van deHEERE , overeenkomstig de gruweldaden van de heidenvolken die deHEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had. 3 Hij herbouwde de offerhoogten die Hizkia, zijn vader, afgebroken had; hij richtte altaren op voor de Baäls, maakte gewijde palen, en boog zich neer voor heel het leger aan de hemel, en diende het. 4 Verder bouwde hij altaren in het huis van deHEERE , waarvan deHEERE gezegd had: In Jeruzalem zal Mijn Naam voor eeuwig zijn. 5 Verder bouwde hij altaren voor heel het leger aan de hemel in beide voorhoven van het huis van deHEERE . 6 Hij was het die zijn zonen door het vuur liet gaan in het dal Ben-Hinnom, hij duidde wolken, deed aan wichelarij, deed aan toverij, en stelde dodenbezweerders en waarzeggers aan. Hij deed zeer veel slechts in de ogen van deHEERE , om Hem tot toorn te verwekken. 7 Hij zette ook een gesneden afgodsbeeld dat hij gemaakt had, in het huis van God, waarvan God tegen David en zijn zoon Salomo gezegd had: In dit huis en in Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israël verkozen heb, zal Ik voor eeuwig Mijn Naam vestigen. 8 Ik zal de voet van Israël nooit meer doen wijken uit dit land dat Ik voor hun vaderen bestemd heb, maar alleen als zij alles nauwlettend in acht nemen wat Ik hun geboden heb, overeenkomstig de hele wet, de verordeningen en de bepalingen door de hand van Mozes. 9 Manasse liet Juda en de inwoners van Jeruzalem dwalen, zodat zij erger deden dan de heidenvolken die deHEERE van voor de ogen van de Israëlieten weggevaagd had. 10 DeHEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, maar zij sloegen er geen acht op. 11 Daarom bracht deHEERE over hen de bevelhebbers van het leger die de koning van Assyrië had. Zij namen Manasse met haken gevangen, bonden hem met twee bronzen ketenen en brachten hem naar Babel. 12 Maar toen Hij hem benauwde, trachtte hij het aangezicht van deHEERE , zijn God, gunstig te stemmen; hij vernederde zich diep voor het aangezicht van de God van zijn vaderen, 13 en bad tot Hem. En Hij liet Zich door hem verbidden, verhoorde zijn smeekbede, en bracht hem terug in Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse dat deHEERE God is. 14 Hierna bouwde hij de buitenmuur om de stad van David, aan de westkant van Gihon, in het dal, tot de ingang van de Vispoort; hij trok die om de Ofel heen en liet die zeer hoog optrekken. Hij stelde legerbevelhebbers aan in alle versterkte steden van Juda. 15 Ook nam hij de vreemde goden en het afgodsbeeld uit het huis van deHEERE weg, en al de altaren die hij gebouwd had op de berg van het huis van deHEERE en in Jeruzalem, en wierp ze buiten de stad. 16 Hij herbouwde het altaar van deHEERE en bracht daarop dank- en lofoffers en zei tegen Juda dat zij deHEERE , de God van Israël, moesten dienen. 17 Toch bleef het volk nog wel op de offerhoogten offeren, maar alleen aan deHEERE , hun God. 18 Het overige nu van de geschiedenis van Manasse, zijn gebed tot zijn God en de woorden van de zieners die tot hem in de Naam van deHEERE , de God van Israël, gesproken hebben, zie, dat is beschreven in de geschiedenis van de koningen van Israël. 19 Zijn gebed, en hoe God Zich door hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonden en zijn ontrouw, en de plaatsen waarop hij offerhoogten gebouwd en gewijde palen en afgodsbeelden opgesteld heeft, voordat hij vernederd werd, zie, dat is beschreven in de woorden van de zieners. 20 En Manasse ging te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis, en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats. 21 Amon was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde twee jaar in Jeruzalem. 22 Hij deed wat slecht was in de ogen van deHEERE , net zoals zijn vader Manasse gedaan had. Amon offerde aan alle afgodsbeelden die zijn vader Manasse gemaakt had, en hij diende ze. 23 Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht van deHEERE , zoals zijn vader Manasse zich vernederd had. Deze Amon was het die de schuld steeds groter maakte. 24 Zijn dienaren spanden tegen hem samen en doodden hem in zijn huis. 25 De bevolking van het land doodde echter allen die tegen koning Amon samengespannen hadden, en de bevolking van het land maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.

2 Kings 21

1 Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hefziba. 2 Hij deed wat slecht was in de ogen van deHEERE , overeenkomstig de gruweldaden van de heidenvolken die deHEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had. 3 Hij herbouwde de offerhoogten die Hizkia, zijn vader, vernield had; hij richtte altaren op voor de Baäl, maakte een gewijde paal zoals Achab, de koning van Israël, gemaakt had, en boog zich neer voor heel het leger aan de hemel en diende het. 4 Verder bouwde hij altaren in het huis van deHEERE , waarvan deHEERE gezegd had: In Jeruzalem zal Ik Mijn Naam vestigen. 5 Verder bouwde hij altaren voor heel het leger aan de hemel in beide voorhoven van het huis van deHEERE . 6 Hij liet zijn zoon door het vuur gaan, duidde wolken en deed aan wichelarij. Ook stelde hij dodenbezweerders en waarzeggers aan. Hij deed zeer veel kwaad in de ogen van deHEERE , om Hem tot toorn te verwekken. 7 Hij zette ook een beeld van Asjera dat hij gemaakt had, in het huis waarvan deHEERE gezegd had tegen David en zijn zoon Salomo: In dit huis en in Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israël verkozen heb, zal Ik voor eeuwig Mijn Naam vestigen. 8 Ik zal de voet van Israël nooit meer doen wijken uit dit land, dat Ik hun vaderen gegeven heb, alleen als zij nauwlettend doen overeenkomstig alles wat Ik hun geboden heb en overeenkomstig de hele wet die Mijn dienaar Mozes hun geboden heeft. 9 Maar zij luisterden niet, want Manasse deed hen dwalen, zodat zij erger deden dan de heidenvolken die deHEERE van voor de ogen van de Israëlieten weggevaagd had. 10 Toen sprak deHEERE door de dienst van Zijn dienaren, de profeten: 11 Omdat Manasse, de koning van Juda, deze gruweldaden gedaan heeft, erger dan al wat de Amorieten gedaan hebben, die er vóór hem geweest zijn, ja, ook Juda door zijn stinkgoden heeft doen zondigen – 12 daarom, zo zegt deHEERE , de God van Israël: Zie, Ik ga onheil over Jeruzalem en Juda brengen, zodat bij ieder die het hoort, zijn beide oren zullen tuiten. 13 Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria uitstrekken en het paslood van het huis van Achab. Ik zal Jeruzalem schoonvegen zoals men een schotel schoonveegt: men veegt hem schoon en keert hem ondersteboven. 14 Ik zal het overblijfsel van Mijn eigendom verlaten en hen in de hand van hun vijanden geven. Zij zullen tot plundering en tot buit worden voor al hun vijanden, 15 omdat zij gedaan hebben wat slecht was in Mijn ogen en Mij tot toorn verwekt hebben, vanaf de dag dat hun vaderen uit Egypte gegaan zijn, tot op deze dag. 16 Bovendien vergoot Manasse heel veel onschuldig bloed, totdat hij Jeruzalem daarmee vervuld had, van het ene einde tot het andere einde, afgezien van zijn andere zonde, waarmee hij Juda deed zondigen, door te doen wat slecht was in de ogen van deHEERE . 17 Het overige nu van de geschiedenis van Manasse, alles wat hij gedaan heeft, en zijn zonde, die hij begaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? 18 Manasse ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de tuin van zijn huis, in de tuin van Uzza, en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats. 19 Amon was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde twee jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Mesullemet, de dochter van Haruz, van Jotba. 20 Hij deed wat slecht was in de ogen van deHEERE , zoals zijn vader Manasse gedaan had. 21 Hij ging in al de wegen die zijn vader gegaan was, hij diende de stinkgoden die zijn vader gediend had, en boog zich voor die neer. 22 Hij verliet deHEERE , de God van zijn vaderen, en ging niet in de weg van deHEERE . 23 De dienaren van Amon spanden tegen hem samen en doodden de koning in zijn huis. 24 De bevolking van het land doodde echter allen die tegen koning Amon samengespannen hadden, en de bevolking van het land maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats. 25 Het overige nu van de geschiedenis van Amon, wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? 26 Men begroef hem in zijn graf, in de tuin van Uzza, en zijn zoon Josia werd koning in zijn plaats.

Deuteronomy 18

1 “The Levitical priests, all the tribe of Levi, shall have no portion or inheritance with Israel. They shall eat the LORD's food offerings as their inheritance. 2 They shall have no inheritance among their brothers; the LORD is their inheritance, as he promised them. 3 And this shall be the priests' due from the people, from those offering a sacrifice, whether an ox or a sheep: they shall give to the priest the shoulder and the two cheeks and the stomach. 4 The firstfruits of your grain, of your wine and of your oil, and the first fleece of your sheep, you shall give him. 5 For the LORD your God has chosen him out of all your tribes to stand and minister in the name of the LORD, him and his sons for all time. 6 “And if a Levite comes from any of your towns out of all Israel, where he lives—and he may come when he desires —to the place that the LORD will choose, 7 and ministers in the name of the LORD his God, like all his fellow Levites who stand to minister there before the LORD, 8 then he may have equal portions to eat, besides what he receives from the sale of his patrimony. 9 “When you come into the land that the LORD your God is giving you, you shall not learn to follow the abominable practices of those nations. 10 There shall not be found among you anyone who burns his son or his daughter as an offering, anyone who practices divination or tells fortunes or interprets omens, or a sorcerer 11 or a charmer or a medium or a necromancer or one who inquires of the dead, 12 for whoever does these things is an abomination to the LORD. And because of these abominations the LORD your God is driving them out before you. 13 You shall be blameless before the LORD your God, 14 for these nations, which you are about to dispossess, listen to fortune-tellers and to diviners. But as for you, the LORD your God has not allowed you to do this. 15 “The LORD your God will raise up for you a prophet like me from among you, from your brothers—it is to him you shall listen— 16 just as you desired of the LORD your God at Horeb on the day of the assembly, when you said, ‘Let me not hear again the voice of the LORD my God or see this great fire any more, lest I die.’ 17 And the LORD said to me, ‘They are right in what they have spoken. 18 I will raise up for them a prophet like you from among their brothers. And I will put my words in his mouth, and he shall speak to them all that I command him. 19 And whoever will not listen to my words that he shall speak in my name, I myself will require it of him. 20 But the prophet who presumes to speak a word in my name that I have not commanded him to speak, or who speaks in the name of other gods, that same prophet shall die.’ 21 And if you say in your heart, ‘How may we know the word that the LORD has not spoken?’— 22 when a prophet speaks in the name of the LORD, if the word does not come to pass or come true, that is a word that the LORD has not spoken; the prophet has spoken it presumptuously. You need not be afraid of him.

Leviticus 19

1 DeHEERE sprak tot Mozes: 2 Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen: Heilig moet u zijn, want Ik, deHEERE , uw God, ben heilig. 3 Ieder moet ontzag hebben voor zijn moeder en zijn vader en Mijn sabbatten in acht nemen. Ik ben deHEERE , uw God. 4 U mag u niet tot de afgoden wenden en voor uzelf geen gegoten goden maken. Ik ben deHEERE , uw God. 5 Wanneer u nu een dankoffer aan deHEERE brengt, moet u dat zo brengen dat u voor Hem welgevallig bent. 6 Op de dag van uw offer en op de volgende dag mag het gegeten worden, maar wat tot de derde dag overblijft, moet met vuur verbrand worden. 7 Maar als het toch op de derde dag gegeten wordt, is het onrein vlees. Het zal u niet ten goede komen. 8 Wie het namelijk eet, moet zijn ongerechtigheid dragen, omdat hij het heilige van deHEERE ontheiligd heeft. Daarom moet die persoon van zijn volksgenoten worden afgesneden. 9 Wanneer u nu de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. 10 U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen druiven van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de vreemdeling achterlaten. Ik ben deHEERE , uw God. 11 U mag niet stelen, u mag niet liegen en iemand mag zijn naaste niet bedriegen. 12 U mag geen valse eed afleggen in Mijn Naam, en zo de Naam van uw God ontheiligen. Ik ben deHEERE . 13 U mag uw naaste niet afpersen en niet beroven. Het arbeidsloon van de dagloner mag niet de nacht bij u overblijven tot de volgende morgen. 14 U mag een dove niet vervloeken en vóór een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben deHEERE . 15 U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, u mag geen partij trekken voor de arme en de aanzienlijke niet voortrekken. Op rechtvaardige wijze moet u uw naaste oordelen. 16 U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben deHEERE . 17 U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. 18 U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben deHEERE . 19 U moet Mijn verordeningen in acht nemen. Van uw dieren mag u niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker mag u niet met twee verschillende soorten zaad inzaaien, en een bovenkleed uit twee verschillende soorten stof vervaardigd, mag u niet dragen. 20 En wanneer een man met een vrouw geslapen heeft en gemeenschap met haar gehad heeft, terwijl zij als slavin voor een andere man bestemd is en nog niet daadwerkelijk vrijgekocht of vrijgelaten is, dan moet er straf komen. Zij mogen niet gedood worden, want zij was nog niet in vrijheid gesteld. 21 Hij moet dan zijn schuldoffer voor deHEERE bij de ingang van de tent van ontmoeting brengen, een ram als schuldoffer. 22 Dan zal de priester met de ram van het schuldoffer verzoening voor hem doen voor het aangezicht van deHEERE over zijn zonde, die hij begaan heeft, en hem zal vergeving worden geschonken van zijn zonde, die hij begaan heeft. 23 Wanneer u in het land komt en allerlei vruchtbomen plant, moet u de vruchten ervan als verboden beschouwen. Drie jaar lang zullen ze voor u verboden zijn, er mag niet van gegeten worden. 24 Maar in het vierde jaar zullen alle vruchten ervan heilig zijn, tot lofzegging voor deHEERE . 25 En in het vijfde jaar mag u de vruchten ervan eten om de opbrengst ervan voor u te vermeerderen. Ik ben deHEERE , uw God. 26 U mag niets eten met het bloed er nog in. U mag niet aan wichelarij doen en u mag geen wolken duiden. 27 U mag de zijkanten van uw hoofd niet afscheren en de randen van uw baard mag u niet weghalen. 28 U mag vanwege een dode geen inkerving in uw lichaam maken en geen tatoeages bij uzelf aanbrengen. Ik ben deHEERE . 29 U mag uw dochter niet schenden door haar hoererij te laten bedrijven, zodat het land geen hoererij bedrijft en het land niet met schandelijk gedrag vervuld wordt. 30 U moet Mijn sabbatten in acht nemen en eerbied hebben voor Mijn heiligdom. Ik ben deHEERE . 31 U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben deHEERE , uw God. 32 U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben deHEERE . 33 Wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. 34 De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. Ik ben deHEERE , uw God. 35 U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, met de lengtemaat, met het gewicht en met de inhoudsmaat. 36 U moet een zuivere weegschaal hebben, zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin. Ik ben deHEERE , uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft. 37 U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden. Ik ben deHEERE .

Maximale bestandsgrootte
Breedte
2798
Hoogte
4000
€ 3,46
Special Galleries
Good Soil Print Gallery
GoodSalt Gallery
Nature Photography Gallery
Steve Creitz Select
Seasonal
Harry Anderson Select

We bieden belangrijke kortingen voor volumelicenties.
Heb je vragen? Bel 800-805-8001 or +1 208-455-5659 en vraag om een offerte op maat. We werken met je budget.

Post To Feed Pin It
Lichtbak
Gerelateerde afbeeldingen
  1. Een verdeeld koninkrijk
  2. Het Koninkrijk verdeeld
  3. Het Koninkrijk verdeeld
  4. Kaart van West-Rome Verdeeld
  5. Adam en Eva verbergen zich in de tuin na de zonde.
  6. De berouw van de koning
  7. Het Koninkrijk van Salomo is verdeeld
  8. Oceanen verdeeld
  • Licentie-info
  • Privacy
  • Contact
  • Kunstenaars
1 800 805.8001
© 2026       Alle beelden en media auteursrechtelijk beschermd door GoodSalt, Inc en / of haar medewerkers. Alle rechten voorbehouden.
  Nederlands
  •  Afrikaans
  •  Bahasa Indonesia
  •  Bahasa Melayu
  •  Česky
  •  Deutsch
  •  English
  •  Español
  •  Français
  •  Italiano
  •  Magyar
  •  Polski
  •  Português
  •  Română
  •  Shqip
  •  Tagalog
  •  Tiếng Việt
  •  Türkçe
  •  Ελληνικά
  •  Български
  •  русский
  •  Српски / Srpski
  •  Українська
  •  עברית
  •  العربية
  •  فارسی
  •  हिन्दी
  •  ไทย
  •  中文
  •  日本語
  •  粵語
  •  한국어