9 Toen stond Hanna op, nadat men in Silo gegeten en gedronken had. Nu zat Eli, de priester, op een stoel bij een deurpost van de tempel van deHEERE .10 Bitter van gemoed bad zij tot deHEERE en zij huilde erg.11 Zij legde een gelofte af; zij zei:HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan deHEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.12 En het gebeurde, toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht van deHEERE , dat Eli op haar mond lette.13 Want Hanna sprak in haar hart; alleen haar lippen bewogen, maar haar stem werd niet gehoord. Daarom hield Eli haar voor dronken.14 En Eli zei tegen haar: Hoelang zult u zich nog dronken gedragen? Ontdoe u van uw wijn.15 Maar Hanna antwoordde en zei: Nee, mijn heer, ik ben een diepbedroefde vrouw; ik heb geen wijn of sterkedrank gedronken, maar ik heb mijn ziel uitgestort voor het aangezicht van deHEERE .16 Houd uw dienares toch niet voor een verdorven vrouw, want vanwege de veelheid van mijn gedachten en mijn verdriet heb ik tot nu toe gesproken.17 Toen antwoordde Eli en zei: Ga in vrede, en de God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt.18 Zij zei: Laat uw dienares genade vinden in uw ogen. Vervolgens ging de vrouw haars weegs. Zij at weer en haar gezicht stond bij haar niet meer als voorheen.19 Zij stonden 's morgens vroeg op, bogen zich neer voor het aangezicht van deHEERE , keerden terug en kwamen aan bij hun huis in Rama. Elkana had gemeenschap met zijn vrouw Hanna, en deHEERE dacht aan haar.20 Het gebeurde na verloop van dagen dat Hanna zwanger werd. Zij baarde een zoon en gaf hem de naam Samuel, want, zei ze, ik heb hem van deHEERE gebeden.21 Die man Elkana ging met zijn hele gezin op weg om deHEERE het jaarlijkse offer en ook zijn gelofteoffer te brengen.22 Hanna ging echter niet mee maar zei tegen haar man: Als de jongen van de borst af is, zal ik hem brengen, zodat hij voor het aangezicht van deHEERE verschijnt en daar voor eeuwig blijft.23 En Elkana, haar man, zei tegen haar: Doe wat goed is in jouw ogen; blijf hier totdat hij van de borst af is; moge deHEERE Zijn woord gestand doen. Zo bleef de vrouw thuis en zoogde haar zoon, totdat hij van de borst af was.24 Daarna, toen hij van de borst af was, nam zij hem met zich mee, met drie jonge stieren, een efa meel en een kruik wijn. Zij bracht hem in het huis van deHEERE in Silo, toen de jongen nog heel jong was.25 Zij slachtten de stier en brachten de jongen bij Eli.26 En zij zei: Och, mijn heer, zo waar u zelf leeft, mijn heer, ik ben die vrouw die hier bij u stond om tot deHEERE te bidden.27 Ik bad om deze jongen, en deHEERE heeft mij gegeven wat ik van Hem gebeden heb.28 Daarom heb ik hem ook voor al de dagen dat hij op aarde is, aan deHEERE overgegeven; hij is van deHEERE gebeden. En hij boog zich daar voor deHEERE neer.