4 dat deHEERE Samuel riep. En hij zei: Zie, hier ben ik.5 Hij snelde naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Maar die zei: Ik heb niet geroepen, ga terug en ga weer liggen. En hij ging weg en ging weer liggen.6 Toen riep deHEERE Samuel opnieuw; Samuel stond op, ging naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Hij zei echter: Ik heb niet geroepen, mijn zoon; ga terug en ga weer liggen.7 Nu kende Samuel deHEERE nog niet; het woord van deHEERE was nog niet aan hem geopenbaard.8 Toen riep deHEERE Samuel opnieuw, voor de derde keer, en hij stond op, ging naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Toen begreep Eli dat deHEERE de jongen riep.9 Daarom zei Eli tegen Samuel: Ga weer terug en ga liggen. Wanneer het gebeurt dat Hij je roept, moet je zeggen: Spreek,HEERE , want Uw dienaar luistert. Toen ging Samuel weer terug en ging op zijn slaapplaats liggen.