46 An argument arose among them as to which of them was the greatest.47 But Jesus, knowing the reasoning of their hearts, took a child and put him by his side48 and said to them, “Whoever receives this child in my name receives me, and whoever receives me receives him who sent me. For he who is least among you all is the one who is great.”
Mark 9
33 En Hij kwam in Kapernaüm en toen Hij thuisgekomen was, vroeg Hij hun: Waarover had u het met elkaar onderweg?34 Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling met elkaar gehad over wie de belangrijkste was.35 En Hij ging zitten, riep de twaalf en zei tegen hen: Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen.36 En Hij nam een kind, zette dat in hun midden en omarmde het, en Hij zei tegen hen:37 Wie een van zulke kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, die ontvangt niet Mij, maar Hem Die Mij gezonden heeft.
Matthew 18
1 At that time the disciples came to Jesus, saying, “Who is the greatest in the kingdom of heaven?”2 And calling to him a child, he put him in the midst of them3 and said, “Truly, I say to you, unless you turn and become like children, you will never enter the kingdom of heaven.4 Whoever humbles himself like this child is the greatest in the kingdom of heaven.5 “Whoever receives one such child in my name receives me,