Jezus kijkt naar Zijn handpalm terwijl Hij het vuil in Zijn hand masseert. Het spoor van de handafdruk waar Jezus het vuil opraapte wordt in de grond gezien.
1 En in het voorbijgaan zag Hij iemand die blind was van de geboorte af.2 En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?3 Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden.4 Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld.6 Nadat Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde,7 en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug.