Jezus wandelen op het water
| Secondary Keywords | Jezus lopend wandelingen water wonderen |
|---|---|
| Schrift | John 615 Omdat Jezus nu wist dat zij zouden komen en Hem met geweld mee zouden nemen om Hem koning te maken, trok Hij Zich opnieuw terug op de berg, Hij Zelf alleen. 16 En toen het avond werd, daalden Zijn discipelen af naar de zee. 17 En toen zij in het schip gegaan waren, staken zij de zee over naar Kapernaüm. En het was al donker geworden en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. 18 En de zee werd onstuimig, want er waaide een harde wind. 19 En toen zij ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid hadden, zagen zij Jezus op de zee lopen en dicht bij het schip komen, en zij werden bevreesd. 20 Maar Hij zei tegen hen: Ik ben het, wees niet bevreesd. 21 Zij wilden Hem dan in het schip nemen, en meteen bereikte het schip het land waar zij naartoe voeren. Mark 645 Immediately he made his disciples get into the boat and go before him to the other side, to Bethsaida, while he dismissed the crowd. 46 And after he had taken leave of them, he went up on the mountain to pray. 47 And when evening came, the boat was out on the sea, and he was alone on the land. 48 And he saw that they were making headway painfully, for the wind was against them. And about the fourth watch of the night he came to them, walking on the sea. He meant to pass by them, 49 but when they saw him walking on the sea they thought it was a ghost, and cried out, 50 for they all saw him and were terrified. But immediately he spoke to them and said, “Take heart; it is I. Do not be afraid.” 51 And he got into the boat with them, and the wind ceased. And they were utterly astounded, 52 for they did not understand about the loaves, but their hearts were hardened. 53 When they had crossed over, they came to land at Gennesaret and moored to the shore. 54 And when they got out of the boat, the people immediately recognized him Matthew 1422 En meteen dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan en voor Hem uit te varen naar de overkant, terwijl Hij de menigte weg zou sturen. 23 En toen Hij de menigte weggestuurd had, klom Hij de berg op om er in afzondering te bidden. Toen het avond was geworden, was Hij daar alleen. 24 Het schip was al midden op de zee en verkeerde in nood door de golven, want ze hadden de wind tegen. 25 Maar in de vierde nachtwake kwam Jezus naar hen toe, lopend over de zee. 26 En toen de discipelen Hem over de zee zagen lopen, raakten zij in verwarring en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van angst. 27 Maar meteen sprak Jezus hen aan en zei: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. 28 Petrus antwoordde Hem en zei: Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar U toe te komen. 29 Hij zei: Kom! En Petrus klom uit het schip en liep op het water om bij Jezus te komen. 30 Maar toen hij op de sterke wind lette, werd hij bevreesd, en toen hij begon te zinken, riep hij: Heere, red mij! 31 Jezus stak meteen Zijn hand uit, greep hem vast en zei tegen hem: Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld? 32 En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. 33 Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God! |