21 En deHEERE God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van huiden en kleedde hen daarmee.22 Toen zei deHEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!23 Daarom zond deHEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.