9 Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen.11 Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.