Loaves and Fish Shared on the Shore
| Trefwoorden | broden en vissen brood mand spijziging van de vijfduizend vis voorziening |
|---|---|
| Secondary Keywords | discipelen Galilea Israëlieten Israëlitisch medeleven menigte oever wonder zittend |
| Tertiary Keywords | evangelie gerstebroden kinderwerk mats rentmeesterschap rocky ground sermon illustration |
| Schrift | Johannes 6:1-14 John 6:9-13 Lucas 9:10-17 Lucas 9:13-17 Marcus 6:33-44 Marcus 8:1-9 Mark 6:38-43 Matthew 14:13-21 Matthew 14:17-20 Matthew 15:32-39 John 61 Hierna vertrok Jezus naar de overkant van de zee van Galilea, ofwel van Tiberias. 2 En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken. 3 En Jezus ging de berg op en ging daar zitten met Zijn discipelen. 4 En het Pascha, het feest van de Joden, was nabij. 5 Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tegen Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten? 6 Maar dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist Zelf wat Hij zou gaan doen. 7 Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor hen niet genoeg, zodat ieder van hen een beetje zou kunnen krijgen. 8 Een van Zijn discipelen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei tegen Hem: 9 Hier is een jongetje dat vijf gerstebroden en twee visjes heeft, maar wat betekenen die voor zovelen? 10 En Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. En er was veel gras op die plaats. Dus gingen de mannen zitten, ongeveer vijfduizend in getal. 11 En Jezus nam de broden, en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die daar zaten; op dezelfde manier werden ook de visjes uitgedeeld, zoveel zij wilden. 12 En toen zij verzadigd waren, zei Hij tegen Zijn discipelen: Verzamel de overgebleven stukken, zodat er niets verloren gaat. 13 Zij verzamelden ze nu en vulden twaalf manden met stukken van de vijf gerstebroden die overgebleven waren bij hen die gegeten hadden. 14 Toen de mensen dan het teken dat Jezus gedaan had, gezien hadden, zeiden zij: Híj is werkelijk de Profeet, Die in de wereld komen zou. John 69 Hier is een jongetje dat vijf gerstebroden en twee visjes heeft, maar wat betekenen die voor zovelen? 10 En Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. En er was veel gras op die plaats. Dus gingen de mannen zitten, ongeveer vijfduizend in getal. 11 En Jezus nam de broden, en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die daar zaten; op dezelfde manier werden ook de visjes uitgedeeld, zoveel zij wilden. 12 En toen zij verzadigd waren, zei Hij tegen Zijn discipelen: Verzamel de overgebleven stukken, zodat er niets verloren gaat. 13 Zij verzamelden ze nu en vulden twaalf manden met stukken van de vijf gerstebroden die overgebleven waren bij hen die gegeten hadden. Luke 910 On their return the apostles told him all that they had done. And he took them and withdrew apart to a town called Bethsaida. 11 When the crowds learned it, they followed him, and he welcomed them and spoke to them of the kingdom of God and cured those who had need of healing. 12 Now the day began to wear away, and the twelve came and said to him, “Send the crowd away to go into the surrounding villages and countryside to find lodging and get provisions, for we are here in a desolate place.” 13 But he said to them, “You give them something to eat.” They said, “We have no more than five loaves and two fish—unless we are to go and buy food for all these people.” 14 For there were about five thousand men. And he said to his disciples, “Have them sit down in groups of about fifty each.” 15 And they did so, and had them all sit down. 16 And taking the five loaves and the two fish, he looked up to heaven and said a blessing over them. Then he broke the loaves and gave them to the disciples to set before the crowd. 17 And they all ate and were satisfied. And what was left over was picked up, twelve baskets of broken pieces. Luke 913 But he said to them, “You give them something to eat.” They said, “We have no more than five loaves and two fish—unless we are to go and buy food for all these people.” 14 For there were about five thousand men. And he said to his disciples, “Have them sit down in groups of about fifty each.” 15 And they did so, and had them all sit down. 16 And taking the five loaves and the two fish, he looked up to heaven and said a blessing over them. Then he broke the loaves and gave them to the disciples to set before the crowd. 17 And they all ate and were satisfied. And what was left over was picked up, twelve baskets of broken pieces. Mark 633 Now many saw them going and recognized them, and they ran there on foot from all the towns and got there ahead of them. 34 When he went ashore he saw a great crowd, and he had compassion on them, because they were like sheep without a shepherd. And he began to teach them many things. 35 And when it grew late, his disciples came to him and said, “This is a desolate place, and the hour is now late. 36 Send them away to go into the surrounding countryside and villages and buy themselves something to eat.” 37 But he answered them, “You give them something to eat.” And they said to him, “Shall we go and buy two hundred denarii worth of bread and give it to them to eat?” 38 And he said to them, “How many loaves do you have? Go and see.” And when they had found out, they said, “Five, and two fish.” 39 Then he commanded them all to sit down in groups on the green grass. 40 So they sat down in groups, by hundreds and by fifties. 41 And taking the five loaves and the two fish he looked up to heaven and said a blessing and broke the loaves and gave them to the disciples to set before the people. And he divided the two fish among them all. 42 And they all ate and were satisfied. 43 And they took up twelve baskets full of broken pieces and of the fish. 44 And those who ate the loaves were five thousand men. Mark 638 And he said to them, “How many loaves do you have? Go and see.” And when they had found out, they said, “Five, and two fish.” 39 Then he commanded them all to sit down in groups on the green grass. 40 So they sat down in groups, by hundreds and by fifties. 41 And taking the five loaves and the two fish he looked up to heaven and said a blessing and broke the loaves and gave them to the disciples to set before the people. And he divided the two fish among them all. 42 And they all ate and were satisfied. 43 And they took up twelve baskets full of broken pieces and of the fish. Mark 81 In those days, when again a great crowd had gathered, and they had nothing to eat, he called his disciples to him and said to them, 2 “I have compassion on the crowd, because they have been with me now three days and have nothing to eat. 3 And if I send them away hungry to their homes, they will faint on the way. And some of them have come from far away.” 4 And his disciples answered him, “How can one feed these people with bread here in this desolate place?” 5 And he asked them, “How many loaves do you have?” They said, “Seven.” 6 And he directed the crowd to sit down on the ground. And he took the seven loaves, and having given thanks, he broke them and gave them to his disciples to set before the people; and they set them before the crowd. 7 And they had a few small fish. And having blessed them, he said that these also should be set before them. 8 And they ate and were satisfied. And they took up the broken pieces left over, seven baskets full. 9 And there were about four thousand people. And he sent them away. Matthew 1413 En toen Jezus dit hoorde, vertrok Hij vandaar met een schip naar een eenzame plaats, alleen; en de menigte, die dat hoorde, volgde Hem te voet vanuit de steden. 14 En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte, en Hij was innerlijk met ontferming bewogen over hen en genas hun zieken. 15 Toen het avond werd, kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden: Deze plaats is eenzaam en de tijd is nu verstreken; stuur de menigte weg, zodat zij naar de dorpen kunnen gaan om voor zichzelf voedsel te kopen. 16 Jezus zei echter tegen hen: Het is niet nodig dat zij weggaan, geeft u hun te eten. 17 Maar zij zeiden tegen Hem: Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen. 18 Hij zei: Breng ze hier bij Mij. 19 En Hij gaf de menigte opdracht op het gras te gaan zitten; en Hij nam de vijf broden en de twee vissen, en terwijl Hij opkeek naar de hemel, zegende Hij ze. En toen Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden aan de discipelen, en de discipelen gaven ze aan de menigte. 20 En zij aten allen en werden verzadigd, en ze raapten het overschot van de stukken brood op, twaalf manden vol. 21 Zij die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, de vrouwen en de kinderen niet meegeteld. Matthew 1417 Maar zij zeiden tegen Hem: Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen. 18 Hij zei: Breng ze hier bij Mij. 19 En Hij gaf de menigte opdracht op het gras te gaan zitten; en Hij nam de vijf broden en de twee vissen, en terwijl Hij opkeek naar de hemel, zegende Hij ze. En toen Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden aan de discipelen, en de discipelen gaven ze aan de menigte. 20 En zij aten allen en werden verzadigd, en ze raapten het overschot van de stukken brood op, twaalf manden vol. Matthew 1532 En Jezus riep Zijn discipelen bij Zich en zei: Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over de menigte, omdat zij al drie dagen bij Mij gebleven zijn, en zij hebben niets wat zij kunnen eten; Ik wil hen niet nuchter wegsturen, opdat zij onderweg niet bezwijken. 33 En Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Waar halen wij in een afgelegen plaats zoveel broden vandaan dat wij zo'n grote menigte kunnen verzadigen? 34 En Jezus zei tegen hen: Hoeveel broden hebt u? Zij zeiden: Zeven, en enkele visjes. 35 En Hij gaf de menigte opdracht op de grond te gaan zitten. 36 En Hij nam de zeven broden en de vissen, en nadat Hij gedankt had, brak Hij ze en gaf ze aan Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de menigte. 37 En zij aten allen en werden verzadigd. En zij raapten het overschot van de stukken brood op, zeven manden vol. 38 Zij die daar gegeten hadden, waren vierduizend mannen, de vrouwen en kinderen niet meegeteld. 39 En nadat Hij de menigte had weggestuurd, ging Hij in het schip en kwam in het gebied van Magdala. |