God is liefde. Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw geest.
Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
4 De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig,5 zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad,6 zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich over de waarheid,7 zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.8 De liefde vergaat nooit. Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden.9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,10 maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, zal wat ten dele is, tenietgedaan worden.11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan.12 Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben.13 En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
Matthew 22
36 Meester, wat is het grote gebod in de wet?37 Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.38 Dit is het eerste en het grote gebod.39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.
Philippians 2
1 Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn,2 maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.