3 naar een land dat overvloeit van melk en honing. Maar Ik zal Zelf niet in uw midden meetrekken, omdat u een halsstarrig volk bent en Ik u anders onderweg zou vernietigen.
Genesis 12
1 DeHEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.
Genesis 13
15 Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven.
Genesis 1
10 En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was.
Genesis 1
9 En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo.