20 Maar deHEERE verhardde het hart van de farao, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.
Exodus 10
27 Maar deHEERE verhardde het hart van de farao, en hij wilde hen niet laten gaan.
Exodus 11
10 Mozes en Aäron hebben al deze wonderen gedaan voor de farao, maar deHEERE verhardde het hart van de farao, zodat hij de Israëlieten niet uit zijn land liet gaan.
Exodus 4
21 DeHEERE zei tegen Mozes: Nu u naar Egypte gaat terugkeren, zie erop toe dat u al de wonderen waartoe Ik u in staat gesteld heb, vóór de farao doet. Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.
Exodus 9
11 zodat de magiërs vanwege de zweren niet voor Mozes konden staan, want er waren zweren bij de magiërs en bij al de Egyptenaren.
Joshua 11
20 Want het kwam van deHEERE dat Hij hun harten zo verhardde dat zij Israël met strijd tegemoet trokken. Het was opdat Jozua hen met de ban zou slaan en er voor hen geen genade zou zijn, maar opdat hij hen weg zou vagen, zoals deHEERE aan Mozes geboden had.
Romans 9
18 Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil.