9 En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo.10 En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was.
Psalm 104
5 Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten, die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen.6 U had hem met de watervloed als met een gewaad bedekt, het water stond tot boven de bergen.7 Door Uw bestraffing vluchtten ze, ze haastten zich weg voor het geluid van Uw donder.8 De bergen rezen op, de dalen daalden neer op de plaats die U ervoor bestemd had.9 U hebt een grens gesteld, die ze niet zullen overgaan, ze zullen de aarde nooit meer bedekken.10 Hij wijst de bronnen hun loop naar de dalen, zodat ze tussen de bergen door stromen.11 Ze geven alle dieren van het veld te drinken, de wilde ezels lessen er hun dorst.12 Daarbij wonen de vogels in de lucht, hun stem klinkt tussen de takken.13 Hij bevochtigt de bergen vanuit Zijn hemelzalen, de aarde wordt verzadigd door de vrucht van Uw werken.
Psalm 121
1 Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.2 Mijn hulp is van deHEERE , Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Psalm 95
4 In Zijn hand zijn de diepste plaatsen van de aarde en de toppen van de bergen zijn van Hem.5 Van Hem is ook de zee, want Híj heeft haar gemaakt, Zijn handen hebben het droge gevormd.