Natuur - Gods Tweede Boek
| Trefwoorden | bladertooi christus door groen Harry anderson Jezus Nature - Gods tweede boek tuin |
|---|---|
| Secondary Keywords | bewijzen bewonderen Bijbel bladeren bloemen bomen boom God hek Kaukasisch natuur omgeving Open scène schepping schoonheid sereniteit studie trottoir van vredig vrouw zitten zittend |
| Schrift | 12:7-10 Colossians 1:17 Genesis 2:15 Isaiah 65:17-25 Psalms 19 Psalms 24:1 Psalms 89:11 Revelation 4:11 Romans 8:18-25 Colossians 117 En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem. Isaiah 6517 “For behold, I create new heavens and a new earth, and the former things shall not be remembered or come into mind. 18 But be glad and rejoice forever in that which I create; for behold, I create Jerusalem to be a joy, and her people to be a gladness. 19 I will rejoice in Jerusalem and be glad in my people; no more shall be heard in it the sound of weeping and the cry of distress. 20 No more shall there be in it an infant who lives but a few days, or an old man who does not fill out his days, for the young man shall die a hundred years old, and the sinner a hundred years old shall be accursed. 21 They shall build houses and inhabit them; they shall plant vineyards and eat their fruit. 22 They shall not build and another inhabit; they shall not plant and another eat; for like the days of a tree shall the days of my people be, and my chosen shall long enjoy the work of their hands. 23 They shall not labor in vain or bear children for calamity, for they shall be the offspring of the blessed of the LORD, and their descendants with them. 24 Before they call I will answer; while they are yet speaking I will hear. 25 The wolf and the lamb shall graze together; the lion shall eat straw like the ox, and dust shall be the serpent's food. They shall not hurt or destroy in all my holy mountain,” says the LORD. Job 127 “But ask the beasts, and they will teach you; the birds of the heavens, and they will tell you; 8 or the bushes of the earth, and they will teach you; and the fish of the sea will declare to you. 9 Who among all these does not know that the hand of the LORD has done this? 10 In his hand is the life of every living thing and the breath of all mankind. Psalm 191 Een psalm van David, voor de koorleider. 2 De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen. 3 Dag op dag spreekt overvloedig, nacht op nacht geeft kennis door. 4 Geen spreken is er, geen woorden zijn er, hun stem wordt niet gehoord. 5 Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde, hun boodschap tot aan het einde van de wereld. Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon. 6 En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat; hij is vrolijk als een held om snel het pad te lopen. 7 Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang, zijn omloop is tot het andere einde; niets is verborgen voor zijn gloed. 8 De wet van deHEERE is volmaakt, zij bekeert de ziel; de getuigenis van deHEERE is betrouwbaar, zij geeft de eenvoudige wijsheid. 9 De bevelen van deHEERE zijn recht, zij verblijden het hart; het gebod van deHEERE is zuiver, het verlicht de ogen. 10 De vreze desHEEREN is rein, zij houdt voor eeuwig stand; de bepalingen van deHEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig. 11 Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud; en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat. 12 Ook wordt Uw dienaar daardoor gewaarschuwd, in het houden ervan ligt groot loon. 13 Wie zou al zijn afdwalingen opmerken? Reinig mij van verborgen afdwalingen. 14 Weerhoud Uw dienaar ook van hoogmoed. Laat die over mij niet heersen; dan zal ik oprecht zijn en vrij van grote overtreding. 15 Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE , mijn rots en mijn Verlosser! Psalm 241 Een psalm van David. De aarde is van deHEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen. Psalm 8911 Ú hebt Rahab als een dodelijk gewonde verbrijzeld, U hebt Uw vijanden verstrooid met Uw sterke arm. Revelation 411 U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen. Romans 818 Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. 19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. 20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. 22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. 24 Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? 25 Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. |