Pauls Shipwreck
| Trefwoorden | missionaris Paul reis |
|---|---|
| Secondary Keywords | boot golf john staal oceaan rots Storm stormachtig stormachtigheid varen zee zeilen zinken zinken |
| Schrift | Acts 2727 Toen nu de veertiende nacht aangebroken was, terwijl wij in de Adriatische Zee heen en weer gedreven werden, vermoedden de zeelieden midden in de nacht dat er land dichter bij hen kwam. 28 En zij wierpen het dieplood uit en peilden twintig vadem, en na iets verder gevaren te zijn, wierpen zij weer het dieplood uit en peilden vijftien vadem. 29 En omdat zij vreesden dat zij ergens op rotsachtige plaatsen terecht zouden komen, wierpen zij vanaf het achterschip vier ankers uit, en wensten dat het dag werd. 30 Maar toen de zeelieden probeerden van het schip te vluchten en de sloep in zee neerlieten, met als voorwendsel dat zij de ankers uit het voorschip zouden uitwerpen, 31 zei Paulus tegen de hoofdman en de soldaten: Als zij niet in het schip blijven, kunt u niet gered worden. 32 Toen kapten de soldaten de touwen van de sloep en lieten hem in zee vallen. 33 En toen het dag begon te worden, spoorde Paulus hen allen aan om voedsel tot zich te nemen en hij zei: Het is vandaag de veertiende dag dat u blijft afwachten zonder te eten en zonder iets tot u te nemen. 34 Daarom spoor ik u aan voedsel tot u te nemen, want dat dient tot uw redding; want bij niemand van u zal een haar van het hoofd vallen. 35 En toen hij dit gezegd had en brood genomen had, dankte hij God in aanwezigheid van allen, en na het gebroken te hebben begon hij te eten. 36 En zij vatten allen moed en namen ook zelf voedsel tot zich. 37 Wij waren nu in het schip met in totaal tweehonderdzesenzeventig zielen. 38 En toen zij allen met voedsel verzadigd waren, maakten zij het schip lichter door het koren in zee te werpen. |
