6 Nebukadnezar, de koning van Babel, trok tegen hem op, en hij bond hem met twee bronzen ketenen om hem weg te voeren naar Babel.
Job 36
8 En als zij met ketenen gebonden zijn, gevangen in banden van ellende,
Mark 5
4 Hij was namelijk dikwijls met boeien en ketenen gebonden geweest, maar de ketenen waren door hem in stukken getrokken en de boeien verbrijzeld, en niemand was in staat hem in bedwang te houden.
Psalm 149
8 om hun koningen te binden met ketenen en hun aanzienlijken met ijzeren boeien,