Peter ontkent Christus
| Secondary Keywords | discipelen ontkent Peter Simon |
|---|---|
| Schrift | John 1815 Simon Peter followed Jesus, and so did another disciple. Since that disciple was known to the high priest, he entered with Jesus into the court of the high priest, 16 but Peter stood outside at the door. So the other disciple, who was known to the high priest, went out and spoke to the servant girl who kept watch at the door, and brought Peter in. 17 The servant girl at the door said to Peter, “You also are not one of this man's disciples, are you?” He said, “I am not.” 18 Now the servants and officers had made a charcoal fire, because it was cold, and they were standing and warming themselves. Peter also was with them, standing and warming himself. John 1825 Now Simon Peter was standing and warming himself. So they said to him, “You also are not one of his disciples, are you?” He denied it and said, “I am not.” 26 One of the servants of the high priest, a relative of the man whose ear Peter had cut off, asked, “Did I not see you in the garden with him?” 27 Peter again denied it, and at once a rooster crowed. Luke 2254 Then they seized him and led him away, bringing him into the high priest's house, and Peter was following at a distance. 55 And when they had kindled a fire in the middle of the courtyard and sat down together, Peter sat down among them. 56 Then a servant girl, seeing him as he sat in the light and looking closely at him, said, “This man also was with him.” 57 But he denied it, saying, “Woman, I do not know him.” 58 And a little later someone else saw him and said, “You also are one of them.” But Peter said, “Man, I am not.” 59 And after an interval of about an hour still another insisted, saying, “Certainly this man also was with him, for he too is a Galilean.” 60 But Peter said, “Man, I do not know what you are talking about.” And immediately, while he was still speaking, the rooster crowed. 61 And the Lord turned and looked at Peter. And Peter remembered the saying of the Lord, how he had said to him, “Before the rooster crows today, you will deny me three times.” 62 And he went out and wept bitterly. Mark 1466 En toen Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester; 67 en toen zij Petrus zich zag warmen, keek zij hem aan en zei: Ook u was bij Jezus de Nazarener. 68 Maar hij ontkende het en zei: Ik ken Hem niet, en ik weet niet wat u zegt. En hij ging naar buiten, naar het voorportaal, en de haan kraaide. 69 En toen het dienstmeisje hem opnieuw zag, begon zij te zeggen tegen hen die daarbij stonden: Hij is een van hen. 70 Maar hij ontkende het opnieuw. En kort daarna zeiden zij die daarbij stonden, opnieuw tegen Petrus: Werkelijk, u bent een van hen, want u bent ook een Galileeër en uw spraak vertoont overeenkomst. 71 En hij begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze Mens niet over Wie u spreekt. 72 En de haan kraaide voor de tweede keer; en Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tegen hem gezegd had: Voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. En toen dat tot hem doordrong, begon hij te huilen. Matthew 2669 Petrus zat buiten op de binnenplaats; een dienstmeisje kwam naar hem toe en zei: Ook u was bij Jezus, de Galileeër. 70 Maar hij ontkende het in het bijzijn van allen en zei: Ik weet niet wat u zegt. 71 Toen hij naar buiten ging, naar de poort, zag een ander dienstmeisje hem, en die zei tegen hen die daar waren: Hij was ook bij Jezus de Nazarener. 72 En hij ontkende het opnieuw, met een eed, en zei: Ik ken de Mens niet. 73 Kort daarna zeiden zij die daar stonden en dichterbij kwamen, tegen Petrus: Werkelijk, u bent een van hen, want uw spraak verraadt u. 74 Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: Ik ken de Mens niet. 75 En meteen kraaide de haan; en Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter. |