8 Toen werden Mozes en Aäron weer bij de farao gebracht en hij zei tegen hen: Ga! Dien deHEERE , uw God! Wie precies zullen er gaan?
Exodus 5
1 Daarna kwamen Mozes en Aäron en zeiden tegen de farao: Zo zegt deHEERE , de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn.2 Maar de farao zei: Wie is deHEERE , naar Wiens stem ik zou moeten luisteren door Israël te laten gaan? Ik ken deHEERE niet en ik zal Israël ook niet laten gaan.
Exodus 5
19 Toen zagen de voormannen van de Israëlieten dat het er slecht met hen voorstond, omdat men zei: U mag niets afdoen van uw bakstenen, van de per dag opgelegde hoeveelheid.
Exodus 7
10 Toen kwamen Mozes en Aäron bij de farao en deden precies zoals deHEERE geboden had. Aäron wierp zijn staf neer voor de farao en voor zijn dienaren en hij werd tot een slang.
Exodus 8
12 Toen gingen Mozes en Aäron bij de farao weg. En Mozes riep tot deHEERE vanwege de kikkers, waarmee Hij de farao getroffen had.
Exodus 8
29 En Mozes zei: Zie, ik ga naar buiten, bij u vandaan, en zal vurig tot deHEERE bidden dat de steekvliegen morgen van de farao, zijn dienaren en zijn volk geweken zullen zijn. Laat de farao alleen niet met bedriegen doorgaan door dit volk niet te laten gaan om deHEERE offers te brengen.
Exodus 8
30 Toen ging Mozes bij de farao weg, en hij bad vurig tot deHEERE .
Exodus 9
1 Daarna zei deHEERE tegen Mozes: Ga naar de farao toe en spreek tot hem: Zo zegt deHEERE , de God van de Hebreeën: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen.
Exodus 9
8 Toen zei deHEERE tegen Mozes en tegen Aäron: Neem voor uzelf uw handen vol as uit de oven, en laat Mozes die voor de ogen van de farao hemelwaarts uitstrooien.