Samuel op de muur
| Secondary Keywords | Israël koningen koninkrijk leidt Samuel verenigd wand |
|---|---|
| Schrift | 1 Samuel 71 Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim, haalden de ark van deHEERE en brachten die in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar om voor de ark van deHEERE zorg te dragen. 2 En het gebeurde vanaf de dag dat de ark in Kirjath-Jearim bleef, dat er veel dagen verliepen – het werden twintig jaren – en het hele huis van Israël wendde zich klagend tot deHEERE . 3 Toen sprak Samuel tot het hele huis van Israël: Als u zich met uw hele hart tot deHEERE bekeert, doe dan de vreemde goden uit uw midden weg, ook de Astartes, richt uw hart op deHEERE en dien Hem alleen. Dan zal Hij u uit de hand van de Filistijnen redden. 4 Daarop deden de Israëlieten de Baäls en de Astartes weg, en zij dienden deHEERE alleen. 5 Verder zei Samuel: Roep heel Israël in Mizpa bijeen, dan zal ik voor u tot deHEERE bidden. 6 Zij kwamen in Mizpa bijeen, schepten water en goten het uit voor het aangezicht van deHEERE . Zij vastten op die dag en zeiden daar: Wij hebben tegen deHEERE gezondigd. Zo gaf Samuel leiding aan de Israëlieten in Mizpa. 7 Toen de Filistijnen hoorden dat de Israëlieten in Mizpa bijeengekomen waren, trokken de stadsvorsten van de Filistijnen tegen Israël op. Toen de Israëlieten dat hoorden, werden zij bevreesd voor de Filistijnen. 8 En de Israëlieten zeiden tegen Samuel: Laat toch niet na voor ons te roepen tot deHEERE , onze God, opdat Hij ons zal verlossen uit de hand van de Filistijnen. 9 Toen nam Samuel een melklammetje en offerde het in zijn geheel als brandoffer voor deHEERE . Samuel riep tot deHEERE voor Israël en deHEERE verhoorde hem. 10 En het gebeurde, toen Samuel dat brandoffer bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar deHEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden. 11 En de mannen van Israël trokken uit Mizpa, achtervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot onder Beth-Kar. 12 Toen nam Samuel een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam Eben-Haëzer en zei: Tot hiertoe heeft deHEERE ons geholpen. 13 Zo werden de Filistijnen vernederd, en zij kwamen niet meer in het gebied van Israël, want al de dagen van Samuel was de hand van deHEERE tegen de Filistijnen. 14 De steden die de Filistijnen van Israël afgenomen hadden, kwamen weer in bezit van Israël, van Ekron tot Gath; ook ontrukte Israël het bijbehorende gebied aan de macht van de Filistijnen. Ook was er vrede tussen Israël en de Amorieten. 15 Samuel gaf leiding aan Israël al de dagen van zijn leven. 16 Hij ging van jaar tot jaar het land rond, langs Bethel, Gilgal en Mizpa, en hij gaf leiding aan Israël in al die plaatsen. 17 Daarna keerde hij terug naar Rama, want daar was zijn huis en daar gaf hij leiding aan Israël, en hij bouwde daar een altaar voor deHEERE . |








