11 En Samuel zei: Wat hebt u gedaan? Toen zei Saul: Omdat ik zag dat het volk zich begon te verspreiden, bij mij vandaan, en omdat ú niet op de vastgestelde tijd kwam, en de Filistijnen in Michmas verzameld zijn,12 zei ik bij mijzelf: Nu zullen de Filistijnen op mij afkomen in Gilgal, en ik heb niet getracht het aangezicht van deHEERE gunstig te stemmen. Daarom heb ik mijzelf gedwongen om het brandoffer te brengen.13 Maar Samuel zei tegen Saul: U hebt dwaas gehandeld. U hebt het gebod van deHEERE , uw God, dat Hij u geboden heeft, niet in acht genomen. Anders zou deHEERE uw koningschap over Israël voor eeuwig bevestigd hebben,