11 En het gebeurde, toen de priesters uit het heilige naar buiten kwamen – alle priesters die te vinden waren, hadden zich immers geheiligd, zonder zich te houden aan de afdelingen –12 en de Levieten, te weten alle zangers onder hen, Asaf, Heman, Jeduthun, hun zonen en hun broeders, in fijn linnen gekleed, met cimbalen, met luiten en harpen, stonden ten oosten van het altaar, en met hen tot honderdtwintig priesters toe, die op trompetten bliezen –13 het gebeurde nu, toen zij eenparig op de trompet bliezen en toen zij zongen door met een eenparige stem een lied te laten horen om deHEERE te prijzen en te loven, ja, toen zij de stem verhieven met trompetten, met cimbalen en andere muziekinstrumenten, en toen zij deHEERE prezen met de woorden: Voorzeker, Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, dat het huis, het huis van deHEERE , met een wolk vervuld werd.
2 Chronicles 7
1 Toen Salomo geëindigd had dit gebed te bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers, en de heerlijkheid van deHEERE vervulde het huis.2 De priesters konden het huis van deHEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van deHEERE had het huis van deHEERE vervuld.3 Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van deHEERE over het huis zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden deHEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.4 De koning en heel het volk brachten offers voor het aangezicht van deHEERE .5 Koning Salomo bracht een dankoffer van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de koning en heel het volk het huis van God in.6 Ook stonden de priesters op hun wachtposten, en de Levieten met de muziekinstrumenten van deHEERE die koning David gemaakt had om deHEERE te loven, zo dikwijls als David door hun dienst Hem zou prijzen dat Zijn goedertierenheid voor eeuwig is. Tegenover hen bliezen de priesters op trompetten, en heel Israël stond.7 Salomo heiligde het midden van de voorhof, die vóór het huis van deHEERE ligt, omdat hij daar het brandoffer en het vet van de dankoffers bereid had, want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon de brandoffers, de graanoffers en het vet van de dankoffers niet bevatten.8 In die tijd hield Salomo ook het feest, zeven dagen lang, en heel Israël met hem, een zeer grote menigte, vanaf Lebo-Hamath tot de Beek van Egypte.9 Op de achtste dag hielden zij een bijzondere samenkomst, want de inwijding van het altaar hadden zij zeven dagen gehouden, en het feest nog eens zeven dagen.10 Op de drieëntwintigste dag van de zevende maand liet hij het volk naar hun tenten gaan. Allen waren blij en welgemoed over het goede dat deHEERE aan David, aan Salomo en aan Zijn volk Israël, had gedaan.
2 Chronicles 7
6 Ook stonden de priesters op hun wachtposten, en de Levieten met de muziekinstrumenten van deHEERE die koning David gemaakt had om deHEERE te loven, zo dikwijls als David door hun dienst Hem zou prijzen dat Zijn goedertierenheid voor eeuwig is. Tegenover hen bliezen de priesters op trompetten, en heel Israël stond.