Tien geboden
| Trefwoorden | tabletten tien geboden |
|---|---|
| Secondary Keywords | rol |
| Schrift | Exodus 20:1-17 |
Exodus 201 Toen sprak God al deze woorden:2 Ik ben deHEERE , uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.4 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, deHEERE , uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,6 maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.7 U zult de Naam van deHEERE , uw God, niet ijdel gebruiken, want deHEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.8 Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,10 maar de zevende dag is de sabbat van deHEERE , uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.11 Want in zes dagen heeft deHEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende deHEERE de sabbatdag, en heiligde die.12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat deHEERE , uw God, u geeft.13 U zult niet doodslaan.14 U zult niet echtbreken.15 U zult niet stelen.16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.17 U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is. | |








