De Centurion
| Secondary Keywords | Centurion dood Golgotha Golgotha Herod Jeruzalem knielen kruis kruisiging Pasen Romeins soldaat tempel |
|---|---|
| Schrift | Johannes 19:28-30 Lucas 23:26-49 Lucas 23:47 Marcus 15:33-41 Marcus 15:39 Matthew 27:54 Psalms 31:1-24 |
John 1928 Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst!29 Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, omwikkelden die met hysop en brachten die aan Zijn mond.30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest. Luke 2326 En toen zij Hem wegleidden, grepen zij een zekere Simon van Cyrene, die van de akker kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen.27 En een grote menigte van volk volgde Hem; ook een menigte van vrouwen, die zich op de borst sloegen en Hem beklaagden.28 En Jezus keerde Zich naar hen om en zei: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen,29 want zie, er komen dagen waarin men zal zeggen: Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben, en de borsten die niet gezoogd hebben.30 Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen de bergen: Val op ons, en tegen de heuvels: Bedek ons.31 Want als zij dit doen met het groene hout, wat zal er dan met het dorre gebeuren?32 En er werden ook twee anderen weggeleid, misdadigers, om met Hem ter dood gebracht te worden.33 Toen zij op de plaats kwamen die Schedel genoemd werd, kruisigden ze Hem daar, met de misdadigers, de één aan de rechter- en de ander aan de linkerzijde.34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.35 En het volk stond toe te kijken. En met hen beschimpten ook hun leiders Hem. Zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij nu Zichzelf verlossen als Hij de Christus is, de Uitverkorene van God.36 En ook de soldaten kwamen Hem bespotten en brachten Hem zure wijn.37 En zij zeiden: Als U de Koning van de Joden bent, verlos dan Uzelf.38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: .39 En een van de misdadigers die daar hingen, lasterde Hem en zei: Als U de Christus bent, verlos dan Uzelf en ons.40 Maar de andere antwoordde en bestrafte hem: Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat?41 En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.42 En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.44 En het was ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over heel de aarde tot het negende uur toe.45 En de zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.46 En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.47 Toen de hoofdman over honderd zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig.48 En al de menigten die samengekomen waren om dit te zien, zagen wat er gebeurd was en keerden terug, terwijl ze zich op de borst sloegen.49 En al Zijn bekenden stonden op een afstand, ook de vrouwen die Hem samen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan. Luke 2347 Toen de hoofdman over honderd zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig. Mark 1533 En toen het zesde uur gekomen was, kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.34 En op het negende uur riep Jezus met luide stem: , dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?35 En sommigen van hen die daarbij stonden en dit hoorden, zeiden: Zie, Hij roept Elia.36 En er snelde iemand toe, vulde een spons met zure wijn, stak die op een rietstok en gaf Hem te drinken, en hij zei: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem er af te nemen.37 En roepend met luide stem gaf Jezus de geest.38 En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.39 En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!40 En er waren daar ook vrouwen, die uit de verte toekeken; onder hen waren ook Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus de kleine en van Joses, en Salome,41 die, ook toen Hij in Galilea was, Hem gevolgd waren en gediend hadden, en veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem opgegaan waren. Mark 1539 En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon! Matthew 2754 En toen de hoofdman over honderd en zij die met hem Jezus bewaakten, de aardbeving zagen en de dingen die gebeurden, werden zij erg bevreesd en zeiden: Werkelijk, Dit was Gods Zoon! Psalm 311 Een psalm van David, voor de koorleider.2 Tot U,HEERE , heb ik de toevlucht genomen, laat mij niet beschaamd worden, voor eeuwig; bevrijd mij door Uw gerechtigheid.3 Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed, wees voor mij een sterke rots, een burcht om mij te behouden.4 Want U bent mijn rots en mijn burcht! Wijs mij dan de weg en leid mij zachtjes, omwille van Uw Naam.5 Trek mij uit het net dat zij heimelijk voor mij spanden, want U bent mijn kracht.6 In Uw hand beveel ik mijn geest; U hebt mij verlost,HEERE , getrouwe God!7 Ik haat hen die nietige afgoden vereren. Ík vertrouw op deHEERE .8 Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, want U hebt mijn ellende gezien en mijn ziel in benauwdheden gekend.9 U hebt mij niet overgeleverd in de hand van de vijand, maar mijn voeten in de ruimte doen staan.10 Wees mij genadig,HEERE , want angst benauwt mij; verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik.11 Want mijn leven teert weg door verdriet en mijn jaren door zuchten; mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid en mijn beenderen zijn verzwakt.12 Vanwege al mijn tegenstanders ben ik tot een smaad geworden, voor mijn buren het meest, en tot een bron van angst voor mijn bekenden; wie mij op straat zien, ontvluchten mij.13 Vergeten ben ik, als een dode, verdwenen uit het hart; ik ben geworden als een gebroken kruik.14 Want ik hoor de laster van velen; angst van rondom, omdat zij tegen mij samenspannen. Zij bedenken plannen om mij het leven te benemen.15 Maar ík vertrouw op U,HEERE . Ik zeg: U bent mijn God!16 Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij uit de hand van mijn vijanden en van mijn vervolgers.17 Doe Uw aangezicht over Uw dienaar lichten, verlos mij door Uw goedertierenheid.18 HEERE , laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.19 Laat de leugenlippen verstommen, die hooghartige taal spreken tegen de rechtvaardige, vol hoogmoed en verachting.20 Hoe groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor wie U vrezen, dat U bereid hebt voor wie tot U de toevlucht nemen ten aanschouwen van de mensenkinderen.21 U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het hoogmoedig gedrag van de man; U doet hen schuilen in een hut voor het getwist van tongen.22 Geloofd zij deHEERE , want Hij heeft wonderen aan mij gedaan, wonderen van Zijn goedertierenheid: Hij bracht mij in een versterkte stad.23 Ik echter zei, in mijn haast: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; maar toch hoorde U mijn luide smeekbeden toen ik tot U riep.24 Heb deHEERE lief, al Zijn gunstelingen, want deHEERE beschermt de gelovigen, maar vergeldt overvloedig wie hoogmoedig handelt. | |








