Maria de moeder van Jakobus, Maria Magdalena en Salome arriveren bij het graf waar Jezus is begraven en treffen daar de steen weggenomen en het graf leeg aan.
2 En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging.3 En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen?4 En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen weggerold was, want hij was heel groot.