6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen.7 Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
Luke 10
1 Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou.2 Hij zei dan tegen hen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.3 Ga heen, zie, Ik zend u als lammeren te midden van de wolven.4 Neem geen beurs, geen reiszak en geen sandalen mee, en groet niemand onderweg.5 En welk huis u ook maar binnengaat, zeg eerst: Vrede zij dit huis!6 En als daar een zoon van vrede is, zal uw vrede op hem rusten. Zo niet, dan zal uw vrede tot u terugkeren.7 Blijf in dat huis en eet en drink wat u door hen voorgezet wordt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere huis.8 En welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u, eet wat u voorgezet wordt,9 genees de zieken die daar zijn, en zeg tegen hen: Het Koninkrijk van God is dicht bij u gekomen.10 Maar welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u niet, ga naar buiten, de straat op, en zeg:11 Zelfs het stof uit uw stad dat aan ons kleeft, schudden wij tegen u af. Maar weet dit, dat het Koninkrijk van God dicht bij u is gekomen.12 Ik zeg u dat het voor Sodom verdraaglijker zal zijn op die dag dan voor die stad.13 Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang, in zak en as gezeten, bekeerd hebben.14 Maar het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan voor u.15 En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden.16 Wie naar u luistert, die luistert naar Mij; wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Hem Die Mij gezonden heeft.
Matthew 28
16 En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had.17 En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden.18 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.19 Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.20 En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.